Rechtspraak
werknemer/Aqua Fina c.s.
Werknemer is vanaf 2000 in dienst van Terra Fina. Hij is voor tien jaar aangesteld als statutair directeur. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat hij recht heeft op een schadevergoeding van DM 50.000.000 (iets meer dan € 25.500.000) bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan wegens een dringende reden (art. 8). Deze aanspraak uit artikel 8 kan hij ook te gelde maken jegens de aandeelhouders (en de achterliggende aandeelhouders (in persoon)) van Terra Fina. In de arbeidsovereenkomst is voorts bepaald (art. 15) dat geschillen inzake deze overeenkomst worden voorgelegd aan een arbitragecommissie. Aqua Fina heeft 24% van de aandelen in Terra Fina en Terra Fina GmbH de overige aandelen. In 2001 heeft Aqua Fina een licentieovereenkomst met Terra Fina onmiddellijk opgezegd wegens wanprestatie van Terra Fina waarna Terra Fina in 2004 wegens gebrek aan baten is ontbonden. In 2002 heeft werknemer voor het scheidsgerecht hoofdelijke veroordeling van Terra Fina, Aqua Fina (en haar aandeelhouders) en Terra Fina GmbH gevorderd inzake de nakoming van de contractuele schadevergoeding. (Pas) in 2010 komt het scheidsgerecht tot een oordeel en wijst de vorderingen van werknemer toe. In 2011 heeft de rechtbank het arbitrale vonnis van het scheidsgerecht vernietigd wegens ontbreken van een geldige arbitrageclausule (art. 1065 Rv). Daartoe overwoog het hof als volgt. Werknemer had de de verwerving van de aandelen door hemzelf in Terra Fina GmbH (later PHBG genoemd), zijn positie van ‘Geschäftsführer’ in die vennootschap en het beëindigen van de activiteiten van PHBG (rechtsopvolger van Terra Fina GmbH) moeten melden, mede gelet op het feit dat Terra Fina AG in 2004 bij gebrek aan baten werd ontbonden en dat PHBG op 3 augustus 2005 is opgeheven (oftewel, steeds failleren de vennootschappen waar werknemer bestuurder van is). Terra Fina AG is de vennootschap waarmee werknemer de gewraakte arbeidsovereenkomst heeft gesloten en Terra Fina GmbH/PHBG was grootaandeelhouder in Terra Fina AG. Beide vennootschappen waren wederpartij van werknemer in de arbitrage, terwijl Terra Fina AG als werkgever van werknemer de contractuele en meest voor de hand liggende schuldenaar van werknemer was van de door hem gepretendeerde vordering. In cassatie klaagt werknemer onder meer over de aangelegde maatstaf door het hof inzake ‘bedrog gepleegd in het geding’.
De advocaat-generaal (Wuisman) concludeert als volgt. De regeling in artikel 1068 lid 1 sub a Rv van de mogelijkheid van herroeping van een arbitraal vonnis in het geval dit vonnis geheel of ten dele berust op – na de uitspraak ontdekt – bedrog dat door of met medeweten van de wederpartij in de arbitrale procedure is gepleegd, vertoont sterke gelijkenis met de regeling in artikel 382 sub a Rv inzake herroeping van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de overheidsrechter in het geval dat het vonnis berust op bedrog dat door de wederpartij in het geding is gepleegd. De rechtspraak met betrekking tot artikel 382 sub a Rv leent zich voor analoge toepassing op artikel 1068 lid 1 sub a Rv en vice versa. De uitleg die de Hoge Raad aan het begrip bedrog in de artikelen 382 sub a en 1068 lid 1 sub a Rv geeft, is ruimer dan de uitleg die aan het begrip bedrog wordt gegeven in het kader van de vernietiging van een rechtshandeling op grond van bedrog (art. 3:44 BW). Onder bedrog als grond voor herroeping van een arbitraal vonnis valt ook het verzwijgen van relevante informatie (vgl. ook HR 19 december 2003 (Gruijthuijsen/Rabobank)). Naar het oordeel van de A-G heeft het hof een juiste maatstaf aangelegd en zijn de omstandigheden (het niet vermelden dat werknemer tot bestuurder van PHBG is benoemd, de verwevenheid van rechtspersonen, enz.) voldoende om bedrog aan te nemen.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.