Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 10 december 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:9443

werknemer/Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.

Andere pensioenregeling voor expat-werknemer dan voor reguliere werknemers, leidt niet tot verboden onderscheid tussen werknemers (gelijke behandeling)

Werknemer is sinds 1981 als expatriate werkzaam voor de Shell-groep en in 1997 in dienst getreden van NAM in Assen die onderdeel uitmaakt van de Shell-groep. Op zijn arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Werknemer heeft een aantal jaren in Syrië en Gabon gewerkt. Vanaf 1997 woont en werkt hij in Nederland. In zijn arbeidsovereenkomsten is opgenomen dat het Verenigd Koninkrijk voor werknemer als ‘base country’ geldt. Hij neemt sinds 1981 deel in het Shell Overseas Contributory Pension Fund (hierna: SOCPF). In deze rechtspersoon (een op Bermuda gevestigde trust) zijn de pensioenen ondergebracht van alle Shell-expatriates die het Verenigd Koninkrijk als base country hebben. Bij dit pensioen is sprake van een eindloonregeling, waarbij de pensioenopbouw wordt gebaseerd op het zogenaamde Pension Based Salary van werknemer (hierna: PBS of pensioengevend salaris). Werknemer heeft gevorderd dat zijn pensioengevend salaris wordt aangepast aan de hand van zijn NL PIR (de Nederlandse Position in Range), waarmee dat per 1 maart 2011 op GBP 109.460,40 bruto komt in plaats van GBP 85.983 bruto. Voorts heeft hij aanspraak gemaakt op dezelfde arbeidsvoorwaarden als zijn Nederlandse, niet expatriate, collega’s bij NAM in dezelfde functiegroep. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Daartoe overwoog zij dat niet kan worden geconcludeerd dat NAM een onjuiste methode hanteert voor het berekenen van het pensioengevend salaris, en dat werknemer op de peildatum 1 januari 2008 niet behoorde tot de categorie waarvan de EBAS-voorwaarden naar die van IBAS werden omgezet. Voorts overwoog zij dat het onderscheid tussen de verschillende categorieën werknemers en base countries, waarvoor andere arbeidsvoorwaarden gelden, niet in strijd is met enig wettelijk of verdragsrechtelijk verbod, terwijl ook niet is gebleken van een onaanvaardbaar onderscheid zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2004, JAR 2004/68 (ECLI:NL:HR:2004:AM2312).

Het hof oordeelt als volgt. De vergelijking die werknemer maakt met de pensioenvoorwaarden van zijn Nederlandse collega’s in Nederland gaat naar het oordeel van het hof niet op. Werknemer miskent daarmee dat hij op expatriate voorwaarden naar Nederland is gekomen en onder expatriate voorwaarden werkzaam is, waarbij hij een pensioentoezegging heeft waarin staat dat het Verenigd Koninkrijk als zijn base country geldt. Daaraan doet niet af dat overigens op zijn arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is. Het mag dan zo zijn dat nu in Nederland – wellicht anders dan in de tijd dat hij als expatriate werkzaam was in Gabon en Syrië – de arbeidsvoorwaarden van de lokale collega’s van werknemer goed of misschien zelfs beter zijn. Zolang partijen echter geen wijziging overeenkomen waardoor voor werknemer andere regels gaan gelden (bijv. door werknemer niet meer aan te merken als expatriate), kan werknemer in beginsel geen aanspraak maken op andere pensioenvoorwaarden dan die van SOCPF welke hij bij aanvaarding van de pensioentoezegging in 1981 heeft geaccepteerd. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter het juiste toetsingskader beschreven voor de vraag of sprake is van ongeoorloofde ongelijke behandeling. Werknemer heeft niets aangevoerd dat, getoetst aan dat kader, tot de conclusie leidt dat NAM, door de pensioengrondslag van werknemer niet op dezelfde wijze te berekenen als die van lokale Nederlandse werknemers zonder expatriate contract, heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap, of zich beroept op een regel die in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Werknemer heeft zijn beroep op artikel 6:248 BW overigens niet nader uitgewerkt. Werknemer heeft voorts niet betwist dat hij nog steeds om een wijziging van zijn base country kan verzoeken.