Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Q-Park Beheer BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 augustus 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:2683

werknemer/Q-Park Beheer BV

Ontslag op staande voet werknemer parkeergarage wegens verduistering € 24 (bagateldelict). Schending van de vertrouwensrelatie bij een functie met grote vrijheid weegt zwaar mee. Videobeelden onderdeel van processtukken

Werknemer is op 1 februari 2009 in loondienst van Q-Park getreden in de functie van ‘parking host’. Deze werknemers (parking hosts) houden zich bezig met het beheren en operationeel houden van de garage. Zij verrichten hun werkzaamheden veelal vanuit een afgescheiden ruimte in de garage, door partijen aangeduid als ‘de loge’. Zij werken vaak alleen en hebben een grote mate van vrijheid. Naar aanleiding van een schriftelijke mededeling aan Q-Park door een gebruiker van de parkeergarage op 27 december 2012 over, kort gezegd, een weigering door een ‘parking host’ van een betaling van het verschuldigde bedrag van € 24 met een creditcard en een door die ‘parking host’ verlangde contante betaling in plaats daarvan, heeft Q-Park een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken op de betrokken datum (16 december 2012). Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat werknemer die dag in de garage werkzaam was, dat op destijds gemaakte video-opnamen van de loge een betaling in contanten aan werknemer door een gebruiker van de garage waarneembaar was, dat werknemer vervolgens de slagboom van een van de uitritten handmatig opende ten behoeve van die gebruiker en dat de bedoelde contante betaling niet in het elektronische logboek is vastgelegd. Q-Park heeft de hierboven beschreven bevindingen in een gesprek op 9 januari 2013 aan werknemer voorgehouden. Tijdens dit gesprek zijn hem de gemaakte video-opnamen getoond. Werknemer heeft bij die gelegenheid erkend op de betrokken datum € 24 in contanten te hebben aangenomen van een gebruiker van de parkeergarage. Q-Park heeft hem vervolgens tijdens het gesprek op 9 januari 2013 op staande voet ontslagen.

Het hof oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat de mededeling van de klant op 27 december 2012 aan Q-Park is gedaan. Op grond van die enkele mededeling heeft Q-Park niet hoeven aan te nemen, en gelet op haar verplichting zich tegenover werknemer als een goed werkgever te gedragen zelfs niet mogen aannemen, dat werknemer een aan Q-Park toebehorend bedrag had verduisterd en daarbij de binnen Q-Park geldende procedure had overtreden, zoals zij hem heeft verweten. Hiervoor was onderzoek noodzakelijk naar hetgeen zich feitelijk had voorgedaan, in het bijzonder aan de hand van de op 16 december 2012 in de parkeergarage gemaakte video-opnamen en het geautomatiseerde systeem en elektronische logboek voor zover betrekking hebbend op die datum. Voorshands blijkt uit niets dat Q-Park dit onderzoek onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen en evenmin dat zij heeft gedraald uit de onderzoeksbevindingen de gevolgtrekking te maken dat een dringende reden voor ontslag – de gestelde verduistering en overtreding van de procedure – bestond en werknemer vervolgens te ontslaan. Dan kan niet worden gezegd dat Q-Park heeft nagelaten werknemer onverwijld te ontslaan zodra zij kennis had van de feiten waarin de door haar gestelde dringende reden voor het ontslag is gelegen. Dit wordt niet anders doordat Q-Park met het ontslag heeft gewacht tot zij, op 9 januari 2013, over haar bevindingen met werknemer had gesproken (kennelijk) teneinde hem daarover te horen, niet doordat zij dit gesprek al op 28 december 2012 had aangekondigd aan de afzender van de hierboven bedoelde mededeling – in aanmerking genomen dat niet aannemelijk is dat Q-Park haar onderzoek naar aanleiding van die mededeling toen reeds had afgerond – en evenmin doordat zij werknemer tot aan het gesprek zijn gebruikelijke werkzaamheden heeft laten verrichten.

De duur van het dienstverband van werknemer, diens voor 16 december 2012 onberispelijke staat van dienst, de ingrijpende gevolgen van het gegeven ontslag voor werknemer en diens verdere belangen en persoonlijke omstandigheden – zoals zijn leeftijd en vooruitzichten op de arbeidsmarkt – staan aan het aannemen van een dringende reden voor het ontslag niet in de weg. De aard en de ernst van de omstreden gedraging van werknemer zijn, gelet op de belangen van Q-Park en op het vertrouwen dat Q-Park in bij haar als ‘parking host’ werkzame personen – die een grote mate van vrijheid genieten – moet kunnen hebben, dusdanig dat sprake is van een dringende reden voor ontslag, ook als rekening wordt gehouden met de zojuist genoemde omstandigheden aan de zijde van werknemer. De gedraging waarop het ontslag van werknemer is gestoeld vormt kortom, ongeacht de beperkte omvang van het ermee gemoeide bedrag, een zo wezenlijke inbreuk op de belangen van Q-Park en op het door Q-Park in werknemer gestelde en van deze te verlangen vertrouwen dat niet op grond van de belangen en persoonlijke omstandigheden van werknemer kan worden geoordeeld dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt.