Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Q-Park Beheer BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 augustus 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:2681

werknemer/Q-Park Beheer BV

Ontslag op staande voet werknemer parkeergarage wegens verduistering € 8 (bagateldelict). Schending van de vertrouwensrelatie bij een functie met grote vrijheid weegt zwaar mee. Ontslag voldoende onverwijld verleend. Camerabeelden onderdeel van processtukken

Werknemer is op 8 juni 2001 in loondienst van Q-Park getreden in de functie van ‘parking host’. Deze werknemers (parking hosts) houden zich bezig met het beheren en operationeel houden van de garage. Zij verrichten hun werkzaamheden veelal vanuit een afgescheiden ruimte in de garage, door partijen aangeduid als ‘de loge’. Zij werken vaak alleen en hebben een grote mate van vrijheid. Naar aanleiding van een mondelinge mededeling aan Q-Park door een tweetal gebruikers van de parkeergarage over, kort gezegd, meerdere door hen gedane contante betalingen aan een ‘parking host’, waaronder een contante betaling van € 8 op 1 januari 2013, telkens in plaats van betaling via een automaat, heeft Q-Park een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken op de betrokken datum (1 januari 2013). Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat werknemer die dag in de garage werkzaam was, dat op destijds gemaakte video-opnamen van de loge ten minste één betaling in contanten aan werknemer door een gebruiker van de garage waarneembaar is, dat die gebruiker vervolgens op aangeven van werknemer via de niet-afgesloten rechteruitrit de garage is uitgereden en dat de bedoelde contante betaling niet in het elektronische logboek is vastgelegd. Q-Park heeft de hierboven beschreven bevindingen in een gesprek op 9 januari 2013 aan werknemer voorgehouden. Tijdens dit gesprek zijn hem de gemaakte video-opnamen getoond. Werknemer heeft bij die gelegenheid ontkend een bedrag in contanten te hebben aangenomen van een gebruiker van de parkeergarage. Q-Park heeft werknemer vervolgens hetzij – volgens haar, door werknemer betwiste, stelling – tijdens het gesprek op 9 januari 2013, hetzij – volgens werknemer – bij hierop gevolgde brief van 11 januari 2013, op staande voet ontslagen.

Het hof oordeelt als volgt. Op grond van de enkele mededeling van de gebruikers op 2 januari 2013 heeft Q-Park niet hoeven aan te nemen, en gelet op haar verplichting zich tegenover werknemer als een goed werkgever te gedragen zelfs niet mogen aannemen, dat werknemer een aan Q-Park toebehorend bedrag had verduisterd en daarbij de binnen Q-Park geldende procedure had overtreden, zoals zij hem heeft verweten. Hiervoor was onderzoek noodzakelijk naar hetgeen zich feitelijk had voorgedaan, in het bijzonder aan de hand van de op 1 januari 2013 in de parkeergarage gemaakte video-opnamen en het geautomatiseerde systeem en elektronische logboek voor zover betrekking hebbend op die datum. Voorshands blijkt uit niets dat Q-Park dit onderzoek onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen en evenmin dat zij heeft gedraald uit de onderzoeksbevindingen de gevolgtrekking te maken dat een dringende reden voor ontslag – de gestelde verduistering en overtreding van de procedure – bestond en werknemer vervolgens te ontslaan. Dan kan niet worden gezegd dat Q-Park heeft nagelaten werknemer onverwijld te ontslaan zodra zij kennis had van de feiten waarin de door haar gestelde dringende reden voor het ontslag is gelegen. Dit wordt niet anders doordat Q-Park met het ontslag heeft gewacht tot zij, op 9 januari 2013, over haar bevindingen met werknemer had gesproken (kennelijk) teneinde hem daarover te horen, niet als ervan wordt uitgegaan dat het ontslag hem niet tijdens dit gesprek maar (pas) bij brief van 11 januari 2013 is gegeven zoals werknemer stelt en evenmin doordat Q-Park werknemer tot aan het gesprek op 9 januari 2013 zijn gebruikelijke werkzaamheden heeft laten verrichten. Uit het voorgaande volgt dat ook grief 6, ertoe strekkend dat het ontslag niet op 9 januari 2013 is gegeven, werknemer niet kan baten, aangezien onder de genoemde omstandigheden een ontslag op 11 januari 2013 eveneens als ‘onverwijld’ kan worden aangemerkt.

De gestelde verduistering en overtreding van de procedure kunnen niet worden afgedaan als ‘een administratieve slordigheid’ en leveren een dringende reden voor het gegeven ontslag op, in aanmerking genomen het belang van Q-Park dat betalingen voor het gebruik van de parkeergarage daadwerkelijk aan haar ten goede komen. De duur van het dienstverband van werknemer, diens voor 1 januari 2013 onberispelijke staat van dienst, de ingrijpende gevolgen van het gegeven ontslag voor werknemer en diens verdere belangen en persoonlijke omstandigheden – zoals zijn leeftijd en vooruitzichten op de arbeidsmarkt – staan aan het aannemen van een dringende reden voor het ontslag niet in de weg. De aard en de ernst van de omstreden gedraging van werknemer zijn, gelet op de hierboven genoemde belangen van Q-Park en op het vertrouwen dat Q-Park in bij haar als ‘parking host’ werkzame personen – die een grote mate van vrijheid genieten – moet kunnen hebben, dusdanig dat sprake is van een dringende reden voor ontslag, ook als rekening wordt gehouden met de zojuist genoemde omstandigheden aan de zijde van werknemer. De gedraging waarop het ontslag van werknemer is gestoeld vormt kortom, ongeacht de beperkte omvang van het ermee gemoeide bedrag, een zo wezenlijke inbreuk op de belangen van Q-Park en op het door Q-Park in werknemer gestelde en van deze te verlangen vertrouwen dat niet op grond van de belangen en persoonlijke omstandigheden van werknemer kan worden geoordeeld dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt.