Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 12 november 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:8291

werknemer/werkgever

Salesmanager wordt niet onbillijk benadeeld door concurrentiebeding dat door werkgever is beperkt tot de duur van een jaar. Dwaling of misbruik van omstandigheden omtrent vrijstelling concurrentiebeding na opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer is niet komen vast te staan.

Werknemer is sinds 1 april 2012 in de functie van salesmanager voor de duur van een jaar in dienst getreden van werkgever, een onderneming die zich onder meer bezighoudt met het ontwerpen, produceren, installeren en exporteren van procesapparatuur en installaties ten behoeve van water-, gas en luchtzuivering. De arbeidsovereenkomst is een keer met een jaar verlengd. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen met een duur van twee jaar. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst per 8 oktober 2013 opgezegd om per 1 november als salesmanager bij X in dienst te treden. Werkgever heeft werknemer laten weten dat hij aan het concurrentiebeding zal worden gehouden, maar dat de duur van het concurrentiebeding beperkt zal worden tot de duur van een jaar. Werknemer stelt dat hij heeft gedwaald ten aanzien van instandhouding van het concurrentiebeding. Hij stelt dat hij zijn arbeidsovereenkomst bij instandhouding van het concurrentiebeding nooit zou hebben opgezegd. Primair vordert werknemer schorsing van het concurrentiebeding. Subsidiair vordert hij wedertewerkstelling in de functie salesmanager.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkgever niet hoeft te vrezen voor benadeling indien werknemer in dienst treedt bij X. Als salesmanager draagt werknemer meer dan oppervlakkige kennis van de door werkgever toegepaste technologie op het gebied van de waterzuivering en de effecten daarvan. Aangenomen wordt dat werknemer goed bekend is met overige bedrijfsgegevens van werkgever. Werkgever en X zijn directe concurrenten. Dat werknemer zich vooral bezig heeft gehouden met de Europese Duitstalige markt, betekent niet dat hij geen meerwaarde kan hebben voor X in de daar te bekleden functie, waarin hij zich moet richten op de Latijns-Amerikaanse markt. Aannemelijk is dat de kennis van de techniek bij deze vorm van business net zo belangrijk is als, of misschien wel belangrijker dan de kennis van het marktgebied. Dat werknemer door handhaving van het concurrentiebeding ernstig zal worden belemmerd in zijn vrije arbeidskeuze, is onvoldoende vast komen te staan. Hierbij wordt meegewogen dat werkgever zich bereid heeft verklaard om de werking van het concurrentiebeding af te zwakken, in zoverre dat het alleen van toepassing is op concurrerende activiteiten met betrekking tot de anaerobe waterzuiveringssystemen. Werknemer heeft niet dan wel onvoldoende bestreden dat de anaerobe waterzuiveringstechniek een beperkt onderdeel uitmaakt van het geheel aan waterzuiveringstechnieken. Naar voorlopig oordeel wegen de belangen van werkgever, die bovendien in de opleiding en deskundigheid van werknemer heeft geïnvesteerd, zwaarder dan de persoonlijke en financiële belangen van werknemer bij de schorsing van het concurrentiebeding. De gestelde dwaling ten aanzien van de vrijstelling van het concurrentiebeding is (vooralsnog) niet komen vast te staan. Werkgever betwist de stelling dat zou zijn gezegd dat het concurrentiebeding niet aan indiensttreding bij X in de weg zou staan. Voor nadere bewijslevering leent de onderhavige procedure zich niet. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden faalt om die reden. Volgt afwijzing van de vorderingen.