Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 4 februari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:653

werkneemster/werkgever

Volledig loonstop wegens zonder deugdelijke grond niet verrichten van passende arbeid door arbeidsongeschikte werkneemster. Oorzaak arbeidsconflict dient aan werkneemster te worden toegerekend, nu zij weigert het gesprek met werkgever aan te gaan. Geen recht op loondoorbetaling.

Werkneemster is sinds 1998 in dienst als Apotheekhulp. Zij heeft last van chronische pijnklachten aan haar voeten en heeft zich op 5 maart 2013 ziek gemeld. Nadat zij haar werk deels heeft hervat, heeft zij zich op 17 juni 2013 opnieuw ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat geen sprake is medische ongeschiktheid, maar van een arbeidsconflict. Een mediationtraject heeft niet tot een oplossing geleid. Werkneemster is een aantal keer niet verschenen toen zij door werkgever voor een gesprek over haar re-integratie was uitgenodigd. Met ingang van 28 oktober 2013 is de loonbetaling stopgezet. Op 28 november 2013 heeft de bedrijfsarts vastgesteld dat nog steeds sprake is van een arbeidsconflict en dat dat zij verwacht dat er onmiddellijk medische beperkingen zullen optreden als werkneemster zonder een mediationtraject naar het werk gaat. Werkneemster vordert loondoorbetaling vanaf 28 oktober 2013.

De kantonrechter oordeelt onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren van 23 juli 2013 (AR 2013-0579) dat werkgever op grond van artikel 7:629 lid 3 onder c BW gerechtigd is om de loonbetaling volledig te stoppen vanaf 28 oktober 2013. Op basis van de overgelegde stukken, waaronder het oordeel van de bedrijfsarts en de omstandigheid dat werkneemster haar werkzaamheden in de loop van 2013 gedurende twee dagen voor vier uren per dag heeft hervat, kan worden vastgesteld dat werkneemster medisch gezien in staat moet worden geacht gedurende vier uren per dag haar werkzaamheden te verrichten. De kern van het arbeidsconflict is gelegen in de weigering van werkneemster haar werk te verdelen over vier dagen in plaats van twee dagen en haar weigering daarover in gesprek te gaan met werkgever. Hoewel zij daartoe meerdere malen is uitgenodigd, is werkneemster niet in gesprek gegaan om tot een verdere invulling van haar contracturen te komen. Onder verwijzing naar het arrest Mak/SGBO (HR 27 juni 2008, AR 2008-0402) wordt geoordeeld dat werkneemster geen recht heeft op loondoorbetaling op grond van artikel 7:628 BW. Werkneemster heeft zich onvoldoende constructief opgesteld in dezen. De oorzaak van het arbeidsconflict dient te worden toegerekend aan werkneemster. Gesteld noch gebleken is dat van werkneemster niet verwacht kan worden dat zij haar werkzaamheden zou verrichten. Volgt afwijzing van de loonvordering.