Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Noord-Nederland, 4 februari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:452

werknemer/werkgeefster

Door zonder voorafgaand overleg van chauffeur na periode van (situatieve) arbeidsongeschiktheid te verlangen dat hij zijn werk hervat en geen zorg te dragen voor re-integratie, wordt in strijd met het goed werkgeverschap gehandeld. Toewijzing 70% loon op grond van artikel 7:628 BW .

Werknemer is in dienst als chauffeur. Sinds augustus 2011 is hij arbeidsongeschikt. Aan werkgeefster is een loonsanctie opgelegd vanwege het verrichten van onvoldoende re-integratie-inspanningen. Vanaf 25 november 2013 is de loondoorbetaling stopgezet, omdat werknemer weigert zijn werkzaamheden te hervatten en er volgens de arbeidsdeskundige van het UWV geen sprake (meer) is van medische arbeidsongeschiktheid. Werknemer heeft een loonvordering ingesteld.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster was vooraf bekend met het feit dat werknemer zich bij het gesprek op 25 november 2013 wilde laten vergezellen door zijn gemachtigde. Tevens was vooraf bekend dat de gemachtigde verhinderd was. Dat het gesprek op 25 november 2013 geen doorgang kon vinden, kan werknemer dan ook niet worden toegerekend. Om vervolgens van werknemer te verlangen zijn werkzaamheden te hervatten, zonder dat vooraf overleg had plaatsgevonden en zonder zorg te dragen voor adequate re-integratieactiviteiten, getuigt niet van goed werkgeverschap. Werknemer diende immers nog te re-integreren, hetzij in passend werk bij werkgeefster, hetzij bij een andere werkgever. De FML van 10 juli 2012, die blijkens de brief van het UWV van 13 november 2013 nog steeds geldig is, vermeldt ten aanzien van de beperkingen en mogelijkheden met betrekking tot de werktijden ook dat werknemer bij voorkeur op regelmatige tijden overdag moet werken, dat de te werken uren opgebouwd moeten worden en dat op termijn, na opbouw van uren, maximaal 40 uur per week gewerkt kan worden. Dat werkgeefster stappen heeft ondernomen om een en ander te realiseren, is gesteld noch gebleken. Dat werknemer op of na 25 november 2013 zijn werkzaamheden niet heeft hervat, komt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter op grond van het bepaalde in artikel 7:628 lid 1 BW dan ook voor rekening van werkgeefster. Gelijk werkgeefster heeft aangevoerd brengt dit met zich dat werknemer aanspraak kan maken op 70% van zijn salaris. De vordering van werknemer is toewijsbaar tot uiterlijk 25 augustus 2014, nu de in het geding zijnde loondoorbetalingsverplichting op dat moment eindigt.