Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 17 december 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:8293
X in haar hoedanigheid van curator/werkneemster
X heeft een hulpbehoevende dochter. De dochter is als PGB-budgethouder per 1 januari 2010 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan met werkneemster. De dochter is in 2011 vanwege een geestelijke stoornis onder curatele gesteld. Sinds eind juli 2010 heeft werkneemster geen werkzaamheden meer verricht. Over de maand augustus 2010 is wel loon betaald, omdat de Sociale Verzekeringsbank deze betaling niet meer kon terugdraaien. X vordert (in haar hoedanigheid van curator) terugvordering van het onverschuldigd betaalde loon over de maand augustus 2010.
De kantonrechter oordeelt als volgt. in het midden wordt gelaten of er eind juli 2010 nu wel of geen ontslagname door werkneemster heeft plaatsgevonden. Daartoe is van belang, dat als door X q.q. gesteld en door werkneemster niet weersproken als vaststaand moet worden aangenomen dat werkneemster in de maand augustus 2010 géén werkzaamheden heeft verricht. Waar geen arbeid is verricht, bestaat in beginsel, ingevolge artikel 7:627 BW, geen recht op loon. Werkneemster heeft ten verwere niet gesteld dat zij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de dochter als werkgever behoort te komen, noch heeft zij gesteld dat zij in deze maand ziek was, in welke beide gevallen zij ondanks het niet verrichten van arbeid niettemin recht op betaling van loon zou hebben gehad. Volgt toewijzing van de vordering.