Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV Bondgenoten/Van Nelle Tabak Nederland B.V., h.o.d.n. Imperial Tobacco Joure (ITG)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 11 februari 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:981

FNV Bondgenoten/Van Nelle Tabak Nederland B.V., h.o.d.n. Imperial Tobacco Joure (ITG)

Op vakbond rust eigen onderzoeksplicht ten aanzien van mogelijke obstakels in nieuw te sluiten cao. Op wederpartij, werkgever(svereniging), rust geen Belehrungspflicht. Verrekening extra periodiek met toegekende toeslag niet in strijd met prinicipeafspraak.

(Hoger beroep van AR 2012-0915.) ITG enerzijds en de bonden CNV Vakmensen en FNV Bondgenoten anderzijds zijn partij bij de CAO Imperial Tobacco Joure (hierna: de cao). De cao bevat in artikel 16 een regeling voor werknemers die ten gevolge van bedrijfs- of persoonlijke omstandigheden worden geplaatst in een lagere functie. Deze werknemers worden ingedeeld in een lagere salarisgroep. Indien het maximum in die lagere salarisgroep minder is dan het actuele salaris van die betreffende werknemer op het moment van plaatsing in de lagere functie, wordt het meerdere als een individuele of persoonlijke toeslag (hierna: IT/PT) toegekend. Over een individuele toeslag worden de collectieve verhogingen toegekend, over een persoonlijke toeslag niet, zo bepaalt de cao. In 2010 is een principeakkoord bereikt over een nieuwe cao, waarbij een extra periodiek is opgenomen. Het principeakkoord maakt geen melding van de IT/PT of van artikel 16 van de cao. De bonden verzetten zich tegen het verrekenen van de extra periodiek met de IT/PT. Zij stellen dat een loonsverhoging door middel van het toevoegen van een periodiek en/of een verhoging van het schaalmaximum geen structuurwijziging is in de zin van artikel 16 B onder 4.3 van de cao. ITG is daarom niet gerechtigd om de extra periodiek die in het principeakkoord overeen is gekomen te verrekenen met de IT/PT. De kantonrechter heeft de vorderingen van de bonden afgewezen.

Het hof oordeelt als volgt. FNV Bondgenoten stelt ten eerste dat door de bonden wel naar voren is gebracht dat niet verrekend zou mogen worden, maar zij ‘kan leven met de conclusie’ van de kantonrechter dat verrekening van de extra periodiek geen onderwerp van gesprek met ITG is geweest. Als partijen echter niet met elkaar over verrekening van de periodiek hebben gesproken, ziet het hof niet in op grond waarvan FNV Bondgenoten meent dat tussen partijen is overeengekomen dat ITG geen beroep op artikel 16 van de cao zou doen. Daartoe is immers een wilsverklaring van ITG vereist, waarmee zij afstand deed van haar recht. Die wilsverklaring kan ook besloten liggen in een gedraging, maar FNV Bondgenoten heeft niet gesteld uit welke concrete gedraging zij heeft afgeleid dat ITG haar recht op verrekening heeft willen prijsgeven en van een zodanige gedraging is ook niet gebleken.

Ten tweede stelt FNV Bondgenoten zich op het standpunt dat ITG haar had moeten waarschuwen voor de algemene verrekeningsclausule in de cao. Het hof oordeelt als volgt. De enkele opmerking van vakbondszijde gedurende de onderhandelingen dat alle werknemers de loonsverbetering ‘in hun portemonnee moeten voelen’ en de bevestigende reactie daarop van ITG past bij de uitkomst van de onderhandelingen, waarbij (ook) alle lonen gefaseerd werden verhoogd. Indien FNV Bondgenoten met de aangehaalde opmerking heeft bedoeld dat ook afgezien van die algemene loonsverhoging de ‘optopping’ van het maximum in de hoogste regionen van de schalen geheel en onverkort ten goede zou komen van de werknemers die op enig moment lager zijn ingeschaald met behoud van salaris, dan heeft zij niet duidelijk gemaakt waarom ITG die bedoeling ook heeft moeten begrijpen en waarom zij, FNV Bondgenoten, er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ITG geen beroep zou doen op de, voor die bedoeling bedreigende, bepaling in de cao, waaraan zijzelf, hoewel zij partij is bij die cao, niet had gedacht. Van FNV Bondgenoten mag worden verwacht dat zij zelf onderzoek doet naar mogelijke obstakels in een eerder door haar met een werkgever afgesloten cao, wanneer zij met die werkgever gaat onderhandelen over een nieuwe cao. Op haar wederpartij bij de cao rust geen ‘Belehrungspflicht’. Anders dan FNV Bondgenoten lijkt te betogen, is er in dit geval ook geen sprake van een voor meer dan één uitleg vatbare bepaling in de principeovereenkomst, die naar partijbedoeling moet worden geduid.