Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 27 februari 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:1841
Keyota II B.V./werknemer
Werknemer is in dienst van Keyota als portier. Sinds januari 2013 is hij arbeidsongeschiktheid. Keyota heeft in januari 2014 ex artikel 7:629 lid 3 onder d en e BW de loondoorbetaling gestopt vanwege het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen. Keyota verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden. Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat werknemer nevenwerkzaamheden tijdens zijn arbeidsongeschiktheid heeft verzwegen, dat hij niet meewerkt aan re-integratie en dat hij zich onbeschoft, grof en intimiderend heeft gedragen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is juist, zoals werknemer stelt, dat de Hoge Raad in het arrest Vixia/Gerrits (HR 8 oktober 2004, JAR 2004/259) heeft aangegeven dat de enkele weigering van een werknemer de door de werkgever vastgestelde redelijke voorschriften omtrent controle bij ziekteverzuim na te leven niet een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW oplevert en opschorting van het loon een passende sanctie is. Echter de Hoge Raad heeft ook bepaald dat dit niet uitsluit dat de niet-naleving van de bedoelde voorschriften gepaard gaat met andere feiten en omstandigheden die, in onderlinge samenhang, wél het oordeel wettigen dat een zodanige dringende reden aanwezig is. In dit geval is sprake van dergelijke bijkomende omstandigheden.
Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat werknemer heeft verzwegen en desgevraagd heeft ontkend dat hij tijdens zijn arbeidsongeschiktheid nevenwerkzaamheden heeft verricht, en over deze nevenwerkzaamheden onjuiste informatie heeft verstrekt althans heeft gelogen. Werknemer heeft Keyota hiermee niet in staat gesteld om te kunnen (laten) beoordelen of de nevenwerkzaamheden zijn herstel hebben belemmerd/vertraagd dan wel redelijkerwijs nadelig zijn geweest voor zijn re-integratie en of hij neveninkomsten heeft genoten die ingevolge artikel 7:629 lid 5 BW in mindering hadden mogen worden gebracht op de loonbetaling. Voorts heeft werknemer niet betwist dat hij heeft verzuimd de bijgestelde plannen van aanpak van 5 september 2013 en 16 december 2013 (getekend) te retourneren en dat hij daartoe pas – na aanschrijving door Keyota bij brief van 27 januari 2014 – op 3 februari 2014 is overgegaan. Derhalve heeft werknemer zonder deugdelijke grond redelijke controlevoorschriften niet opgevolgd en niet meegewerkt aan zijn re-integratieverplichtingen. Tot slot kan werknemer niet ontkennen dat zijn e-mailbericht van 15 januari 2014 ongepast is en heeft hij niet weersproken dat (hij heeft verzwegen dat) zijn vergunning voor het verrichten van werkzaamheden als portier/beveiliger is ingetrokken. Anders dan hij stelt, is deze informatie wel degelijk relevant voor zijn re-integratie. Volgt ontbinding wegens een dringende reden.