Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 4 maart 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:1561
werkgeefster/werknemer
Werknemer is sinds 2000 in dienst van werkgeefster als Process Operator. Binnen werkgeefster wordt gewerkt met diverse gevaarlijke stoffen en geldt een veiligheidsbeleid. Een zeer belangrijke verantwoordelijkheid van een Process Operator is het zorgdragen voor naleving van de veiligheidsvoorschriften. In de veiligheidsgeboden wordt onder meer het volgende bepaald: ‘Het is medewerkers verboden om een meldingsplichtig SHE-incident (Safety, Health and Evironment) opzettelijk te negeren of te verbergen.’ Als gevolg van een fout van werknemer en collega Y is tijdens het productieproces vloeistof weggelekt. Werknemer heeft alle vloeistof laten weglopen in een riool, waarbij hij door Y is geholpen. Zij dachten aanvankelijk dat het ging om een paar honderd liter, maar kwamen later op de dag tot de conclusie dat het ging om het weglekken van 3000 tot 5000 liter. Werknemer heeft toen in het operationele systeem het overgebleven volume vloeistof opgehoogd tot het originele niveau, zodat het weglekken niet meer (direct) zichtbaar was in het systeem. Werknemer is vervolgens op staande voet ontslagen. Thans verzoekt werkgeefster voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft de hem verweten gedraging niet betwist. Verder staat vast dat werkgeefster een bijzonder grote verantwoordelijkheid draagt als het gaat om het garanderen van de veiligheid van haar werknemers, producten en de directe omgeving van de productielocaties. In dat kader hecht werkgeefster terecht zwaar aan handhaving van het veiligheidsbeleid en aan het melden van veiligheidsincidenten. Alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, is sprake van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ondanks zijn verplichting hiertoe, heeft werknemer geen melding gemaakt van het weglekken van de vloeistof. Ook toen hij te weten kwam dat het niet om een paar honderd liter maar om 3000 tot 5000 liter weggelekte vloeistof ging, heeft hij geen melding gedaan. Integendeel. Werknemer besloot een aantal uren na het incident om, in plaats van het incident alsnog te melden, wijzigingen aan te brengen in het computersysteem om zo deze (niet te verwaarlozen) spill te verdoezelen. Werknemer is met deze manipulatie van het systeem alle grenzen van goed werknemerschap te buiten gegaan en heeft werkgeefster hierdoor een dringende reden gegeven voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Met een minder vergaande sanctie hoefde werkgeefster niet te volstaan. Werknemer heeft ook ruim de tijd gehad om zijn handelen en nalaten te overdenken. Tussen het lekken van de vloeistof en het door hem wijzigen van de gegevens in het computersysteem is een aantal uren verstreken. Dat bij de manipulatie van het systeem sprake was van het handelen in een vlaag van verstandsverbijstering is dan ook niet aannemelijk, nog los van het feit dat voor een ontbinding op grond van een dringende reden verwijtbaarheid niet per se is vereist.