Naar boven ↑

Rechtspraak

De Kraamvogel ZO B.V. c.s./werkneemster
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 23 december 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:6190

De Kraamvogel ZO B.V. c.s./werkneemster

Werkgeefster verzoekt ontbinding nadat werkneemster het door haar ingediende ontbindingsverzoek heeft ingetrokken. Geen nieuwe feiten die leiden tot het toekennen van een hogere vergoeding dan in de eerdere ontbindingsprocedure al is toegekend (€ 30.000).

Werkneemster is in 2000 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) De Kraamvogel ZO. Zij heeft twee functies, teamleider bij De Kraamvogel ZO en opleidingscoördinator bij De Kraamvogel Holding. Werkneemster is per 2 juli 2013 op non-actief gesteld in haar beide functies omdat zij, in de ogen van De Kraamvogel, het maken van praktische afspraken over haar werkinzet onmogelijk maakt. In kort geding is de vordering tot wedertewerkstelling toegewezen. Tegen dit vonnis heeft De Kraamvogel hoger beroep ingesteld. Werkneemster heeft een ontbindingsverzoek ingediend. Dit verzoek is toegewezen onder toekenning van een vergoeding van  € 30.000. Werkneemster heeft hierop haar verzoekschrift ingetrokken. Thans verzoekt De Kraamvogel ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gesteld wordt dat werkneemster niet meer werkzaam wil zijn bij De Kraamvogel en dat ontbinding de enige oplossing is. Volgens De Kraamvogel is er geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding. Werkneemster heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend. Zij verzoekt toekenning van een vergoeding van € 187.194.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu beide partijen van mening zijn dat de arbeidsrelatie duurzaam en blijvend is verstoord staat niets in de weg aan toekenning van de verzochte ontbinding. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of daarbij een vergoeding dient te worden betaald door De Kraamvogel en, zo ja, tot welke hoogte. Voor de beantwoording van deze vraag is relevant dat tussen partijen deze vraag eerder aan de orde is geweest in de door werkneemster aangespannen ontbindingsprocedure. Onder verwijzing naar aanbeveling 3.4 wordt geoordeeld dat geen sprake is van enig nieuw feit dat tot een andere beoordeling zou moeten leiden dan voorheen. De omstandigheden die in de beschikking van 29 oktober 2013 zijn meegewogen voor beantwoording van de vraag of een vergoeding moet worden toegekend en de hoogte van de vergoeding zijn nog steeds van toepassing. Het gegeven dat De Kraamvogel (evenals overigens werkneemster) ook na intrekking van het verzoekschrift is blijven vasthouden aan haar inzicht ten aanzien van de door werkneemster te verrichten werkzaamheden is terug te voeren op het verschil van inzicht over de uitwisselbaarheid van functies en betreft geen nieuw gegeven. Voor wat betreft de betaling van dwangsommen is niet aannemelijk geworden dat De Kraamvogel daarmee erkent toerekenbaar geen gevolg te hebben gegeven aan het vonnis, nu zij daarvoor een begrijpelijke, andere onderbouwing geeft. Los daarvan kan het al dan niet voldoen aan het vonnis niet worden meegenomen in de beoordeling van de hoogte van de vergoeding, juist omdat daarvoor het verbeuren van de dwangsommen al als prikkel is bepaald. Er wordt (wederom) een vergoeding toekend van € 30.000.