Rechtspraak
werknemer
Tussen werknemer en zijn voormalig werkgeefster Hochwald is een bodemprocedure aanhangig geweest. Daarnaast is een procedure strekkende tot herroeping van een eerder gegeven beschikking tot ontbinding van de tussen dezelfde partijen bestaande arbeidsovereenkomst aanhangig. Werknemer wraakt kantonrechter mr. Van der Meer in deze procedures. Werknemer heeft gerede twijfel over de wijze van behandeling van de zaak door mr. Van der Meer, nu tijdens de mondelinge behandeling in zowel de bodemprocedure als in de herroepingsprocedure is gebleken dat hij de zaak terzijde wenste te schuiven en onvoldoende heeft opengestaan voor datgene wat er door werknemer in die zaken naar voren is gebracht. Er is bij mr. Van der Meer een houding van vooringenomenheid aanwezig, aldus werknemer.
De wrakingskamer oordeelt als volgt. Een mondelinge behandeling of een comparitie van partijen vormt een onderdeel van het onderzoek dat plaatsvindt in het kader van de beoordeling van de zaak, welke moet leiden tot de einduitspraak. De behandelend rechter kan daarbij aan de orde stellen hetgeen hij in het kader van dat onderzoek van belang acht. Daarbij kan ook de vraag naar het belang van een partij bij een bepaalde vordering of een procedure worden gesteld. Voorts kunnen bepaalde vragen of opmerkingen gericht zijn op het (trachten te) bewerkstellingen van een schikking tussen partijen. Bezien in dat kader komen de vragen en/of opmerkingen van mr. Van der Meer, zoals die door werknemer zijn aangehaald, de wrakingskamer niet voor als zijnde buiten de orde, mede gelet op de door mr. Van der Meer gegeven toelichting. Dat in het optreden van mr. Van der Meer zoals dat door werknemer is geschetst en door hem is beleefd besloten ligt dat hij niet openstaat voor de argumenten van werknemer en bij de beoordeling in de bodemprocedure vooringenomen is, is niet gebleken nu werknemer geen concrete feiten heeft gesteld op grond waarvan dit zou kunnen worden aangenomen. Verder is er geen grond voor de veronderstelling dat mr. Van der Meer, enkel doordat hij de herroepingsprocedure heeft behandeld en daarin uitspraak heeft gedaan, partijdig is in de bodemzaak. In de herroepingsprocedure lag een andere rechtsvraag voor met een ander beoordelingskader dan in de bodemprocedure en werknemer heeft hiervoor verder geen concrete feiten gesteld. Volgt afwijzing van het wrakingsverzoek.