Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 5 november 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:6452
EZA Verzekeringen B.V./werknemer
Werknemer is in 2009 in dienst getreden van EZA in de functie assurantiebemiddelaar. EZA is een assurantiekantoor voor alle mogelijke verzekeringen voor de zendingswerker. In de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudings- en relatiebeding overeengekomen. Met ingang van 22 december 2013 is de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden geëindigd. Met ingang van 27 mei 2013 is werknemer een eigen onderneming als assurantietussenpersoon gestart. Hij biedt in die hoedanigheid onder meer een verzekeringspakket van de Goudse voor zendelingen aan. Het betreft hetzelfde pakket dat EZA onder de naam EZA Expat Pakket aanbiedt. Drie grote klanten zijn naar werknemer overgestapt. Centrale vraag is of werknemer onrechtmatig heeft geconcurreerd jegens zijn voormalige werkgever EZA en of werknemer het geheimhoudingsbeding heeft geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft per e-mail van 14 augustus 2013, gericht aan alle 142 in de evangelische adressengids opgenomen zendingsorganisaties, zijnde alle potentiële klanten in de markt, zich voorgesteld als nieuwe verzekeraar. Nu de 142 zendingsorganisaties inclusief hun contactgegevens staan vermeld in de openbaar toegankelijke evangelische adressengids, stond het werknemer in beginsel vrij deze zendingsorganisaties te benaderen met het doel hen te interesseren om zaken met hem te doen. Werknemer heeft echter ten minste tien organisaties benaderd via e-mailadressen die hem bekend waren uit hoofde van zijn functie bij EZA. Dit zijn tevens de tien grootste klanten van EZA. Het enkele feit dat werknemer die organisaties heeft benaderd op een e-mailadres dat hij nog kende uit zijn vorige dienstverband is echter onvoldoende om, gelet op de criteria van het arrest Boogaard/Vesta (HR 9 december 1955, NJ 1956/157), van onrechtmatig handelen te spreken. Het is immers maar bij één algemene mailing gebleven, waarna de klanten van EZA zelf het initiatief hebben genomen werknemer voor een gesprek uit te nodigen. Van stelselmatig en substantieel benaderen van klanten van EZA met behulp van bij EZA opgedane kennis is dan ook niet gebleken. De omstandigheid dat werknemer een ander verdienmodel dan EZA heeft gekozen waardoor hij de verzekeringen goedkoper kan aanbieden dan EZA, is op zichzelf beschouwd ook niet onrechtmatig jegens EZA. Niet aannemelijk is geworden dat werknemer EZA onrechtmatig heeft beconcurreerd, dat hij zich negatief over EZA of haar directeur heeft uitgelaten of dat hij gebonden is aan een geheimhoudingsbeding. Dat EZA op een betrekkelijk kleine markt nu concurrentie ondervindt die er voordien niet was en bovendien van een ex-werknemer is ongetwijfeld ongemakkelijk maar dat is nu eenmaal ‘all in the game’, zolang het niet onrechtmatig is. Volgt afwijzing van de vorderingen.