Naar boven ↑

Rechtspraak

X/werkneemster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:10281

X/werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst die is aangegaan in het kader van een fiscale constructie om een hoger netto-gezinsinkomen te genereren. Nu beide partijen voordeel van deze constructie hebben gehad en ‘werkneemster’ geen substantiële arbeid heeft verricht, wordt geen vergoeding toegekend.

Werkneemster is in dienst van X. Directeur en aandeelhouder van X is de heer Y, met wie werkneemster is gehuwd. Y en werkneemster zijn verwikkeld in een echtscheiding. X verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij stelt daartoe dat tussen partijen dusdanige spanningen zijn ontstaan dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen een arbeidsovereenkomst bestaat. Gebleken is dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan in het kader van een fiscale constructie, teneinde een hoger nettogezinsinkomen voor partijen te genereren. Werkneemster verrichtte voornamelijk werkzaamheden om het gezin draaiende te houden, zodat Y zich volledig kon wijden aan het opbouwen en uitbouwen van het familiebedrijf. Inherent aan deze constructie is dat de door partijen geschetste verstoring in de persoonlijke relatie tussen werkneemster en Y een verandering in de omstandigheden oplevert die maakt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer tot de mogelijkheden behoort. Het ontbindingsverzoek wordt toegewezen. Aan werkneemster wordt geen vergoeding toegekend. In aanmerking wordt genomen dat zowel Y als werkneemster door de jaren heen voordeel hebben gehad van de constructie, als gevolg waarvan zij immers gezamenlijk een hoger netto besteedbaar gezinsinkomen genereerden. Bovendien stond en staat tegenover het inkomen geen substantiële arbeid. Dat werkneemster de zorg voor het gezin op zich heeft genomen, maakt dat niet anders. Die zorg is inherent aan het ouderschap en de afspraken die zij daarover met Y heeft gemaakt, maar is geen taak die uit hoofde van de arbeidsovereenkomst wordt uitgeoefend. De omstandigheid dat partijen thans nog geen overeenstemming hebben bereikt omtrent eventuele (toekomstige) alimentatieverplichtingen, doet hieraan evenmin iets af. Voor de vaststelling daarvan dienen partijen andere wegen te bewandelen.