Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 24 december 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:9836

werknemer/werkgever

Omzetting pompstation in onbemande pomp valt binnen beleidsvrijheid van werkgever. Ontslag werknemer met zeven dienstjaren niet kennelijk onredelijk. Werknemer heeft zelf onvoldoende gedaan om spoedig werk te vinden.

Werknemer is in 2003 bij (de rechtsvoorganger van) werkgever in dienst getreden in de functie van servicemedewerker tankstation. Op 26 februari 2010 heeft werkgever besloten zijn tankstation om te zetten in een onbemande pompinstallatie en toestemming gevraagd aan het UWV alle werknemers te ontslaan. Na verkregen toestemming heeft werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 juni 2010. Werknemer vordert een kennelijk-onredelijkontslagvergoeding van € 92.736. Volgens werknemer heeft werkgever bewust aangestuurd op slechte cijfers om een aanleiding te hebben de bemande pomp om te zetten in een onbemande pomp. Werkgever wijst op de prijsconcurrentie met onder meer België als aanleiding voor zijn beleidsvrije keuzes.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan werknemer stelt, acht het hof geen sprake van een valse of voorgewende reden. Wat het gevolgencriterium betreft oordeelt het hof als volgt. Werknemer heeft in België in de periode van januari 2011 tot en met november 2011 een werkloosheidsuitkering ontvangen van ongeveer € 1.000 netto per maand. Werkgever heeft het dienstverband met werknemer opgezegd per 1 juni 2010. Werknemer was toen zeven jaar in dienst van werkgever en is laag opgeleid. Werknemer heeft geen inzicht verstrekt in zijn persoonlijke en financiële omstandigheden vanaf de datum van deze opzegging. Hij heeft geen informatie verstrekt met betrekking tot de periode van 1 juni 2010 tot 1 januari 2011, met name niet of hij in die periode heeft gewerkt (hij heeft immers pas per 1 januari 2011 een werkloosheidsuitkering ontvangen). Werknemer heeft voorts geen inzicht verstrekt met betrekking tot eventuele sollicitaties die hij in de periode vanaf 1 juni 2010 heeft verricht. Het hof is dan ook van oordeel dat het ervoor moet worden gehouden dat werknemer onvoldoende pogingen heeft gedaan om werk te vinden en aldus de door hem gestelde – ernstige – gevolgen van zijn ontslag te verzachten. Vast staat dat werknemer serieuze plannen had om na zijn ontslag naar een derde land te gaan om daar te gaan werken, waarbij het hof in het midden laat of werknemer zou gaan emigreren. Hierdoor heeft werknemer een situatie gecreëerd waarin hij niet beschikbaar was op de Nederlandse en/of de Belgische arbeidsmarkt. Deze handelwijze komt voor zijn rekening. Werkgever was bij de beëindiging van het dienstverband bereid een aanvulling te verstrekken op een door werknemer te ontvangen werkloosheidsuitkering, op voorwaarde dat werknemer specificaties van de door hem ontvangen uitkering zou overleggen. Dat heeft hij nagelaten, hetgeen voor zijn rekening dient te blijven. Werkgever heeft ter gelegenheid van het pleidooi verklaard bereid te zijn deze aanvulling op de werkloosheidsuitkering alsnog te verstrekken op de eerdergenoemde voorwaarde.