Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Seijsener Beheer BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 december 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:4654

werknemer/Seijsener Beheer BV

Volledige schadevergoeding ex artikel 7:677 jo. 7:680 BW kan niet worden gematigd behoudens een omstandigheid als genoemd in artikel 6:109 BW. Artikel 7:680 lid 5 BW heeft enkel betrekking op matiging van de gefixeerde schadevergoeding. Kennelijk onredelijk ontslag leidt tot vergoeding € 75.000.

Werknemer (geboren 1952) is van 1 december 1973 tot 4 augustus 2010 in dienst geweest van Beheer. De arbeidsovereenkomst is geëindigd door (onregelmatige) opzegging door Beheer bij brief van 4 augustus 2010 na op 3 augustus 2010 daartoe verkregen toestemming van het UWV. Werknemer is van 28 februari 1990 tot 1 december 2009 statutair bestuurder van Beheer geweest. Werknemer vordert in deze procedure schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en volledige schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging (de juiste aanzegdag had 1 december 2010 moeten zijn). De kantonrechter heeft deze volledige schadevergoeding gematigd. Werknemer keert zich tegen dit oordeel in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan artikel 7:680 lid 5 BW voor de gefixeerde schadevergoeding bepaalt en artikel 7:680a BW voor de vordering tot doorbetaling van loon gegrond op de vernietigbaarheid van de opzegging, kent de wet geen specifieke matigingsbepaling voor een vordering als de onderhavige, waarbij een werknemer krachtens het bepaalde in artikel 7:677 BW de volledige schadevergoeding vordert op grond van de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het beroep van Beheer op de in artikel 6:109 lid 1 BW neergelegde (algemene) mogelijkheid de gevorderde schadevergoeding te matigen, faalt. Niet gesteld of gebleken is dat toewijzing van de vordering tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het feit dat werknemer in de betrokken periode geen arbeidsprestatie heeft behoeven te verrichten is, anders dan de kantonrechter heeft overwogen, geen grond voor matiging van de onderhavige vordering.

Werknemer valt een verwijt te maken van de aanleiding voor het ontslag (hij zou niet goed functioneren). Desalniettemin brengen zijn leeftijd (58 jaar) en duur van het dienstverband (37 jaar), alsmede de omstandigheid dat hij zijn statutair bestuurderschap heeft prijsgegeven en met 20% salarisvermindering akkoord is gegaan onder het vooruitzicht dat partijen nog 2,5 jaar met elkaar zouden samenwerken, met zich dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Alle omstandigheden in aanmerking nemende, begroot het hof de werknemer toekomende schadevergoeding op € 75.000 bruto.