Naar boven ↑

Rechtspraak

Holding Security Nederland B.V./werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:11127

Holding Security Nederland B.V./werknemer

Verkrijger weigert tewerkstelling beveiligsbeambte na overgang van onderneming. Afwijzing vordering tot opheffing dwangsom, omdat werkgever niet redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om aan veroordeling tot tewerkstelling van werknemer te voldoen.

Werknemer is in dienst getreden van een rechtsvoorganger van Trigion Beveiliging BV. Hij werkte als beveiligingsbeambte, steeds op de vestiging van Cargill te Bergen op Zoom. Met ingang van 1 december 2012 droeg Cargill de beveiligingsdiensten op aan HSN. Van de negentien werknemers van Trigion nam HSN er zestien in dienst, werknemer niet. Bij vonnis van 13 maart 2013 veroordeelde de kantonrechter HSN tot tewerkstelling van werknemer in zijn functie van beveiligingsbeambte op de locatie van Cargill te Bergen op Zoom op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 10.000. HSN heeft aan deze veroordeling niet voldaan. Thans vordert HSN opheffing van de dwangsom. Gesteld wordt dat er geen werk is voor werknemer en dat Cargill weigert werknemer tot het werk toe te laten.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat voldoening aan de veroordeling tot tewerkstelling het project Cargill voor HSN verliesgevend zal maken, dat al haar werknemers op dat project hun baan zouden verliezen of haar onderneming financieel ten onder zou gaan, is door HSN onvoldoende onderbouwd. Van onmogelijkheid in de zin van artikel 611d lid 1 Rv is sprake indien zich een situatie voordoet waarin de dwangsom als dwangmiddel, dat wil zeggen als geldelijke prikkel om nakoming van de veroordeling zo veel mogelijk te verzekeren, zijn zin verliest. Dit laatste moet in een geval waarin niet tijdig aan de hoofdveroordeling is voldaan, worden aangenomen indien het onredelijk zou zijn meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan de veroordeelde heeft betracht. HSN heeft in kort geding onvoldoende aangetoond redelijkerwijs al het mogelijke te hebben gedaan om aan de veroordeling tot tewerkstelling van werknemer te voldoen. Begrijpelijk is dat Cargill niet meer medewerkers in de beveiliging werkzaam wil hebben op haar vestiging te Bergen op Zoom dan zij nodig heeft. Kennelijk waren dat er tot 1 december 2012 tien en daarna nog maar zeven. Het blijkt niet van inspanningen van HSN om de beveiligingsdiensten op de vestiging zo te organiseren dat het mindere aantal uren in evenredigheid werd verdeeld over haar tien werknemers te Bergen op Zoom. Van bezwaren van Cargill tegen de persoon of het werk van werknemer is niet gebleken. Als HSN met minder personeelsleden op de vestiging van Cargill te Bergen op Zoom toe kan en als gevolg daarvan werknemers zouden moeten afvloeien, zou gelet op het Ontslagbesluit in beginsel het afspiegelingsbeginsel moeten worden gevolgd. Een ander uitgangspunt valt moeilijk te rijmen met de strekking van artikel 7:663 BW en de daaraan ten grondslag liggende Europese richtlijn. Volgt afwijzing van de vordering.