Naar boven ↑

Rechtspraak

Meiboom Aerosol Adhesives/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 februari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:536

Meiboom Aerosol Adhesives/werknemer

Gehele schorsing concurrentiebeding wegens niet-voortzetten van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Beperking relatiebeding tot met naam en toenaam genoemde gevallen omdat duidelijk moet zijn voor een werknemer wie als relatie kwalificeert. Toch compensatie proceskosten wegens mogelijk minder vergaande matiging bodemrechter.

Meiboom is een groothandel gespecialiseerd in de verkoop van spuitlijm. Werknemer is op 30 mei 2011 voor de duur van één jaar bij Meiboom in dienst getreden als accountmanager. Deze arbeidsovereenkomst is op 30 mei 2012 verlengd voor de duur van (nogmaals) één jaar. Het salaris van werknemer bedroeg laatstelijk € 3.350 bruto per maand (exclusief emolumenten). De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding (met boetebeding), op basis waarvan het werknemer – onder meer – niet is toegestaan gedurende twaalf maanden na afloop van het dienstverband in dienst te treden bij een onderneming die artikelen fabriceert, verhandelt of exploiteert soortgelijk aan of aanverwant met die welke Meiboom verhandelt. Daarnaast bevat de arbeidsovereenkomst een relatiebeding voor de periode van twaalf maanden na het einde van het dienstverband alsook een geheimhoudingsbeding (beide met boetebeding). Meiboom heeft werknemer op 6 mei 2013 meegedeeld de arbeidsovereenkomst niet te verlengen en hem op non-actief gesteld. De achtergrond daarvan was een kritische e-mail van werknemer van 3 mei 2013 en een gesprek daarover op 6 mei 2013, waarin werknemer de kwaliteit en de herkomst van een bepaald type lijm (wederom) aan de orde stelde. Op 21 mei 2013 heeft werknemer Meiboom bericht dat hij voornemens was in dienst te treden bij Canect en Meiboom verzocht hem, voor zover dit in strijd zou zijn met het concurrentie- en/of relatiebeding, daartoe toestemming te verlenen. Canect is, althans was, de (Engelse) leverancier van de meeste van de door Meiboom verhandelde lijmen. Werknemer zou bij een in Nederland op te richten Canect-vennootschap, waarvan werknemer voor 25% eigenaar zou kunnen worden, in dienst kunnen treden voor een salaris van € 4.250 bruto per maand. Meiboom heeft vorenbedoelde toestemming niet gegeven. De voorzieningenrechter heeft het concurrentiebeding en relatiebeding geschorst.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer is betrekkelijk kort in dienst van Meiboom geweest (twee jaar). Meiboom gaf werknemer geen antwoord op vragen die hij stelde naar aanleiding van klachten van klanten over een bepaald type lijm. Het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst ligt voor een belangrijk deel in de risicosfeer van Meiboom. Met betrekking tot het relatiebeding geldt het volgende. Meiboom klaagt erover dat de voorzieningenrechter de werking van dit beding heeft geschorst voor relaties die niet vermeld staan op de lijst. Het hof kan zich ter zake geheel vinden in de motivering van de voorzieningenrechter, die overwoog (1) dat voor werknemer duidelijk moet zijn ten aanzien van welke relaties het bewuste beding geldt, (2) dat Meiboom hierover geen nadere informatie wenst te verschaffen, aangezien het concurrentiegevoelige informatie betreft en (3) er tegen de onder (2) genoemde achtergrond van kan worden uitgegaan dat werknemer deze (nadere) informatie niet bekend is.

Omdat het hof op grond van hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd niet uitsluit dat de bodemrechter ten aanzien van het concurrentiebeding tot een minder vergaande beperking komt als waarvan de voorzieningenrechter is uitgegaan, acht het hof een compensatie van kosten in eerste aanleg passend.