Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:3389
werknemer/Stichting Zorgstroom
Werknemer is sinds 1998 in dienst van Zorgstroom. Sinds 2002 werkt hij in de functie medewerker automatisering. Zorgstroom heeft vanaf het begin aan werknemer een auto ter beschikking gesteld voor het woon-werkverkeer. Op 2 november 2010 heeft Zorgstroom een nieuw vervoersbeleid vastgesteld. Volgens dat beleid beschikken alleen leden van de Raad van Bestuur over een persoonsgebonden auto. Dit raakt werknemer als enige. Zorgstroom heeft herhaaldelijk met werknemer overlegd over het inleveren van zijn persoonsgebonden auto en heeft hem een compensatie aangeboden, die in drie jaren zou worden afgebouwd naar een reiskostenvergoeding op basis van de toepasselijke cao. Deze kent een maximale afstand voor woon-werkverkeer van 22 kilometer (werknemer woont op een afstand van 60 kilometer). Werknemer heeft met een en ander niet ingestemd. Zorgstroom heeft de auto van werknemer ingenomen. Werknemer stelt dat Zorgstroom niet gerechtigd is de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen en vordert die wijziging ongedaan te maken op straffe van een dwangsom.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De door Zorgstroom onderbouwde kostenbesparing vormt voldoende aanleiding tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden van werknemer. Zorgstroom heeft hiervoor nog een andere reden gegeven, namelijk haar belang om werknemers gelijk te behandelen teneinde scheve gezichten te voorkomen. Hierin volgt de kantonrechter Zorgstroom niet. Van begin af aan heeft werknemer uitzonderlijke arbeidsvoorwaarden gehad vanwege de schaarste van ICT-personeel destijds. Niet gesteld of gebleken is dat dat ooit heeft geleid tot scheve gezichten. Vanuit een oogpunt van kostenbesparing was het redelijk dat werknemer de persoonsgebonden auto inleverde met compensatie voor zijn reiskosten tegen een reële kilometerprijs (thans € 0,19 per km). Uiteraard leidt het afbouwen van de reiskostenvergoeding tot cao-niveau tot een verdere kostenbesparing voor Zorgstroom, maar dit onderdeel van het voorstel is jegens werknemer niet redelijk. Een verlaging van zijn arbeidsvoorwaarden met € 200 per maand is substantieel en ingrijpend. Voor dit extra offer van werknemer is onvoldoende aanleiding. Het is voorts niet redelijk dat werknemer veel meer dan andere werknemers moet inleveren op zijn arbeidsvoorwaarden. Zorgstroom heeft zich nog beroepen op onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW, maar dit beroep faalt reeds omdat de opgesomde omstandigheden voor rekening en risico van Zorgstroom komen (lid 2).