Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 6 mei 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:3713

werkgever/werknemer

Werkgever is na promotie van werknemer in hoger functieloon nog steeds de prestatiebonus verschuldigd, nu partijen niet uitdrukkelijk anders hebben afgesproken. Reiskosten verschuldigd op grond van CAO Bouwnijverheid.

Werknemer is in 2006 in dienst getreden van werkgever in de functie van Timmerman II. Het loon bestond toen uit twee componenten, te weten (a) een garantieuurloon en (b) een prestatietoeslag van 4%. In 2008 is de functie van werknemer gewijzigd in Timmerman I. Er is een nieuw garantieloon overeengekomen en verder is verwezen naar de eerste arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft in 2008 aan werknemer ook de prestatietoeslag uitgekeerd. Deze post komt zowel in 2007 als in 2008 voor als een losse post op de loonstrook. Werkgever heeft de in 2008 uitbetaalde prestatietoeslag in 2009 teruggevorderd en verrekend met het over 2009 uitbetaalde loon. Thans staat de vraag centraal of werknemer recht heeft op de prestatiebonus. De kantonrechter oordeelde dat dit niet het geval was, nu partijen dit niet uitdrukkelijk zijn overeengekomen bij de nieuwe arbeidsovereenkomst.

Het hof oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer bij indiensttreding bij werkgever een prestatietoeslag ontving. Begin 2008 is werknemer op initiatief van werkgever bevorderd naar een hogere schaal. De CAO Bouwnijverheid staat in artikel 33 lid 4 toe dat de werkgever de prestatietoeslag afschaft bij plaatsing in een hogere schaal. Vast staat voorts dat in het gesprek over de promotie de prestatietoeslag niet aan de orde is geweest. De daar opgestelde nadere arbeidsovereenkomst meldt ook niet dat de prestatietoeslag wordt afgeschaft. Daarin staat juist: ‘arbeidsovereenkomst van 21-08-2006 blijft verder ongewijzigd en blijft onverkort van toepassing.’ Hoewel het hof niet twijfelt aan de stelling van werkgever dat het niet haar bedoeling was dat bij de loonsverhoging wegens promotie de prestatietoeslag gehandhaafd werd en dat in dit licht de doorbetaling van de toeslag in 2008 een fout was, is het hof van oordeel dat deze fout voor werknemer niet kenbaar was. Dat in de nadere arbeidsovereenkomst het prestatieloon niet wordt genoemd bij het nieuwe uur- en maandloon na de promotie, is – anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld – naar ’s hofs oordeel niet doorslaggevend. De oorspronkelijke overeenkomst maakt in artikel 4 onderscheid tussen het garantieuurloon van, destijds, € 11,63 bruto per uur en de prestatietoeslag, tezamen daar aangeduid als het vast overeengekomen loon. In de aanvullende overeenkomst wordt deze terminologie niet geheel overgenomen en gaat het alleen over het garantieloon en het periodeloon – dat niet in de oorspronkelijke overeenkomst voorkomt – van 160 maal het garantieuurloon. Daarnaast is opgenomen dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst verder ongewijzigd en onverkort van toepassing blijft. De loonadministrateur van werkgever heeft dit zo opgevat dat werknemer na de promotie nog steeds recht heeft op een prestatietoeslag en hij is hierin niet dadelijk door werkgever gecorrigeerd. Onder deze omstandigheden mocht ook werknemer de nadere overeenkomst en de daarop gevolgde loonstroken over 2008 overeenkomstig artikel 3:35 BW opvatten als had hij nog immer recht op de prestatietoeslag. Derhalve stond het werkgever niet vrij om wegens de aan haar toe te rekenen fout de uitgekeerde prestatietoeslag met terugwerkende kracht terug te vorderen.

Anders dan werkgever aanvoert, is werknemer voorts aan te merken als ‘chauffeur’ in de zin van de cao, zodat hij recht heeft op reiskostenvergoeding over het eerste uur van de reis. Werknemer heeft derhalve recht op € 12.799 additionele vergoeding.