Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Pensioenfonds voor de Woningbouwcorporaties/X
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 12 mei 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:2752

Stichting Pensioenfonds voor de Woningbouwcorporaties/X

Onjuiste en te hoge pensioenvaststelling mag door pensioenfonds voor de toekomst worden gecorrigeerd. Teveel ontvangen ouderdomspensioen hoeft niet te worden terugbetaald.

X heeft pensioenaanspraken opgebouwd bij Stichting Pensioenfonds voor de Woningbouwcorporaties (hierna: SPW). X heeft met ingang van 1 maart 2008 € 1.075,11 bruto per maand aan pensioen ontvangen. In maart 2013 heeft SPW aan X laten weten dat het pensioen te hoog is vastgesteld, doordat geen rekening is gehouden met de echtscheiding van X. Het pensioen is verlaagd naar € 829,26 bruto per maand en SPW stelt dat X het teveel betaalde pensioen moet terugbetalen. In de onderhavige procedure vordert X voor recht te verklaren dat SPW niet gerechtigd is om het ouderdomspensioen te verlagen en dat SPW niet gerechtigd is om het teveel betaalde ouderdomspensioen op X te verhalen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat de vaststelling van het ouderdomspensioen van X fout is geweest en te hoog is geweest, staat tussen partijen niet ter discussie. Kern van de vraag is of SPW gerechtigd is deze onjuiste vaststelling te herstellen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord voor de toekomst. Geen rechtsregel staat er verder aan in de weg dat een fout in beginsel hersteld mag worden, ook als dit betekent dat hierdoor een lagere uitkering wordt toegekend. Aangenomen mag worden dat het spiegelbeeld, waar X jaren een te lage uitkering zou hebben ontvangen, ook in de visie van X voor aanpassing in aanmerking zou zijn gekomen.

De vraag of X ook gehouden is het teveel aan ouderdomspensioen terug te betalen, wordt daarentegen ontkennend beantwoord. Daarbij heeft tot uitgangspunt te gelden dat pensioenuitkeringen, gelet op de aard daarvan, bedoeld zijn om maandelijks in haar levensonderhoud te voorzien. Slechts in bijzondere omstandigheden is er aanleiding om van X te verlangen dat zij deze inmiddels uitgegeven bedragen aan SPW terug moet betalen, waarbij het toetsingskader vergelijkbaar wordt geacht aan de situatie waarbij ter beoordeling is of teveel ontvangen alimentatie moet worden terugbetaald. Daarbij dient de rechter die beslist op een verzoek tot wijziging van een eerder vastgestelde bijdrage in het levensonderhoud – aldus de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – in het algemeen een behoedzaam gebruik te maken van zijn bevoegdheid de wijziging te laten ingaan op een vóór zijn uitspraak gelegen datum, in het bijzonder indien dit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de onderhoudsgerechtigde in verband met een daardoor in het leven geroepen verplichting tot terugbetaling van hetgeen in de daaraan voorafgaande periode in feite is betaald of verhaald. In de onderhavige situatie leidt die toetst ertoe dat voor terugbetaling van hetgeen reeds door X is ontvangen geen plaats is. Van bijzondere omstandigheden, waar gedacht kan worden aan onjuiste opgave van de zijde van X, dan wel wetenschap omtrent de door SPW gemaakte fout, is in dit geding niet gebleken.