Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgevers
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 juni 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2215

werknemer/werkgevers

Geen sprake van misbruik van identiteitsverschil verschillende werkgevers. Artikel 7:655 BW leidt niet tot omkering van de bewijslast.

X en Y waren in 2009 vennoten van de vennootschap onder firma B & R Webbeheer. X was in 2009 tevens bestuurder en aandeelhouder van de besloten vennootschap B & R Tours en Travels B.V. (hierna: de BV). Werknemer is sinds mei 2009 in dienst van de BV. Daarnaast heeft hij ook werkzaamheden voor B&R Webbeheer gedaan. Op de loonspecificatie staat als afzender de VOF. De BV is bij vonnis van 4 januari 2011 failliet verklaard. Werknemer heeft zich tot de curator en het UWV gewend. In deze procedure stelt werknemer zich op het standpunt dat hij (ook) een arbeidsovereenkomst met X en Y heeft, omdat hij werkzaam was voor de VOF. Hij voert voorts aan dat X en Y door na te laten schriftelijke opgave te doen van naam en woonplaats van de werkgever en hem thans aan te merken als werknemer van de failliet verklaarde BV, misbruik maken van het identiteitsverschil.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer erkent dat hij zijn dienstverband is begonnen met het verrichten van administratieve werkzaamheden ten behoeve van de BV. Ook zijn latere werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkeling van het softwarepakket zijn nauw verbonden geweest met de BV. Partijen zijn het voorts erover eens dat de BV het loon van werknemer betaalde. Werknemer heeft bovendien niet betwist dat hij ter zitting van de voorzieningenrechter heeft verklaard dat hij tot eind 2010 dacht dat hij bij de BV in dienst was. De conclusie van een en ander is dat er geen grond is om, naast de BV, de VOF mede als werkgever van werknemer aan te merken. Werknemer heeft nog erop gewezen dat op zijn salarisspecificaties de VOF als werkgever is vermeld, hetgeen volgens X en Y op een vergissing berust. Het hof acht de enkele omstandigheid dat de VOF op de salarisspecificaties is vermeld, mede in het licht van het voorgaande, van onvoldoende betekenis om daaruit te concluderen dat de VOF (mede) werkgever van werknemer was. Het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst leidt op grond van artikel 7:655 BW niet tot omkering van de bewijslast of tot een onrechtmatige daad van X en Y. Werknemer is immers in dienst van de BV.