Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 juli 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:5916
werknemer/GAC Netherlands Limited
Werknemer is in 1996 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) GAC. Sinds 1997 is hij statutair directeur. Op 17 oktober 2012 is werknemer als statutair bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen. Daaraan werd kort samengevat ten grondslag gelegd dat GAC vier jaar op rij verlies leed, er geen progressie werd gemaakt in de financiële resultaten en werknemer niet in staat was het tij te keren. Er is geen vertrouwen meer in werknemer. De arbeidsovereenkomst is vervolgens opgezegd, waarbij aan werknemer een vergoeding van € 160.802,50 bruto is betaald en een bedrag van € 15.175,40 aan de advocaat van werknemer. Werknemer stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is.
De rechtbank oordeelt als volgt. Voorop wordt gesteld dat de positie van werknemer als statutair directeur niet vergelijkbaar is met die van een ‘gewone’ werknemer. De persoonlijke kwaliteiten van een directeur vormen in belangrijke mate de basis voor de ontwikkeling en de winstgevendheid van het bedrijf. Wanneer resultaten tegenvallen of wanneer de directeur onvoldoende draagvlak bij de medewerkers heeft, kunnen de aandeelhouders het vertrouwen in de directeur verliezen, ook wanneer de directeur van een en ander geen verwijt kan worden gemaakt. Een gebrek aan vertrouwen zal veelal leiden tot het vertrek van de directeur. Met dit afbreukrisico wordt in het algemeen rekening gehouden bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden zoals een hoge beloning, een bonus, een langere opzegtermijn enzovoort (Hof Leeuwarden 24 januari 2012, AR 2012-0075). Van het belang van GAC bij opzegging van de arbeidsovereenkomst is voldoende gebleken. Het uitblijven van progressie in de resultaten kan werknemer als statutair directeur worden aangerekend. Het verlies van het vertrouwen in werknemer kan niet worden gezien als een opzeggingsgrond die in de risicosfeer van GAC ligt. Het is duidelijk dat de financiële gevolgen van het ontslag voor werknemer ernstig zijn. GAC heeft getracht de financiële gevolgen van het ontslag voor werknemer op te vangen door het treffen van de financiële regeling. Voor wat betreft de kansen op de arbeidsmarkt wordt meegewogen dat werknemer vanaf juni 2013 op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaam is bij United World Line, thans gedurende twee dagen per week. Het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk aangemerkt. Volgt afwijzing van de vordering.