Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 21 november 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:7856
werknemer/BAM Wegen B.V. c.s.
Werknemer is op 11 augustus 2008 in dienst getreden van BAM in de functie van bedrijfsleider van Hoka. Per 1 juli 2011 is werknemer werkzaam als (titulair) directeur. BAM stelt dat werknemer als directeur van Hoka niet in staat is gebleken de evidente problemen in de bedrijfsvoering van Hoka – met daarmee samenhangende slechte financiële resultaten – onder controle te krijgen en op te lossen. Uit de in opdracht van BAM door een externe deskundige gemaakte bedrijfsanalyse bleek dat een ingrijpende reorganisatie binnen Hoka noodzakelijk was teneinde het kostenniveau te reduceren en een gezonde bedrijfsvoering te bewerkstelligen. Hiermee is het vertrouwen van BAM in werknemer als eindverantwoordelijke directeur met voldoende grip op de bedrijfsvoering van zijn organisatie volledig verdwenen. Werknemer is op non-actief gesteld. BAM heeft een ontbindingsverzoek ingediend (zie AR 2014-0657). In de onderhavige procedure vordert werknemer wedertewerkstelling en verzending van een rectificatie aan alle (rechts)personen, instanties en organisaties waaraan gewraakte mededelingen zijn gedaan. Daarnaast vordert werknemer betaling van een voorschot op zijn inkomensschade.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu het ontbindingsverzoek is afgewezen, wordt de gevorderde wedertewerkstelling toegewezen. BAM heeft aangegeven dat zij in het licht van de ontstane situatie gelet op de slechte financiële situatie van Hoka in redelijkheid heeft mogen besluiten om werknemer van zijn werkzaamheden te ontheffen. Waar echter de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht genomen dienden te worden blijkt niet dat daarvan rekenschap gegeven is. Het onaangekondigd onder begeleiding tijdens werktijd het pand uitgedirigeerd worden is niet in verhouding tot de verwijten die werknemer gemaakt worden. Voor wat betreft de gevorderde rectificatie overweegt de kantonrechter dat voorshands met de afwijzing van het ontbindingsverzoek voldoende tegemoet gekomen wordt aan een interne rectificatie. Voor wat betreft de door BAM naar buiten toe gedane mededelingen met betrekking tot de kwestie omtrent werknemer blijkt niet meer dan dat er geruchten zijn geweest. Dat BAM zelf onrechtmatige c.q. diffamerende mededelingen heeft gedaan aan derden omtrent werknemer is niet gebleken. De vordering wordt op dit punt afgewezen. De gestelde inkomensschade is onvoldoende onderbouwd en wordt ook afgewezen.