Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 15 juli 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:2866

werkgeefster/werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst OR-lid wegens bedrijfseconomische redenen. Geslaagd habe nichts-verweer. Wederindiensttredingsvoorwaarde verdraagt zich niet met karakter van ontbindingsprocedure.

Werkneemster is sinds 1 juli 2011 in dienst als diëtiste. Zij is lid van de ondernemingsraad (OR). Het UWV heeft toestemming gegeven voor opzegging wegens bedrijfseconomische redenen. Werkgeefster verzoekt, vanwege de toepasselijkheid van een opzegverbod door het OR-lidmaatschap, ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gelet op de financieel deplorabele situatie van werkgeefster is er geen ruimte voor een ontslagvergoeding, aldus werkgeefster.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkgeefster ontbinding verzoekt vanwege de kritische houding van werkneemster in de OR. Voor zover de directeur op overlegvergaderingen zijn irritatie heeft laten blijken, heeft werkneemster niet onderbouwd dat deze (specifiek) op haar gericht is geweest. Er is derhalve geen verband met het opzegverbod. De bedrijfseconomische redenen zijn voldoende aannemelijk geworden en het afspiegelingsbeginsel is correct toegepast. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve ontbonden. Werkgeefster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen financiële ruimte is om aan werkneemster een ontbindingsvergoeding toe te kennen. Werkneemster heeft nog verzocht om bij toewijzing van het ontbindingsverzoek daaraan de wederindiensttredingsvoorwaarde te verbinden. Werkgeefster heeft met dit verzoek ingestemd, onder de voorwaarde dat geen ontbindingsvergoeding wordt toegekend. Nu geen ontbindingsvergoeding wordt toegekend stemt werkgeefster dus met het verzoek van werkneemster op dit punt in. De kantonrechter zal volstaan met deze constatering, en deze voorwaarden niet in het dictum vastleggen. Het verbinden van een (ontbindende) voorwaarde aan een ontbindingsvergoeding verdraagt zich immers moeilijk met het karakter van de ontbindingsprocedure, die immers strekt tot een spoedige en definitieve beslissing omtrent de beëindiging van het dienstverband (vgl. X, Bijzondere ontbindingen: voor zover vereist, onder voorwaarde(n) of met vergoeding onder voorwaarde(n) Deel 2: De ontbinding onder voorwaarden(n) en de ontbinding met vergoeding onder voorwaarden(n), ArbeidsRecht 2002, 43).