Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 7 augustus 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:9767
werknemer/Keijser Capital N.V.
Werknemer is sinds 2007 in dienst van Keijser. Laatstelijk is hij werkzaam geweest als senior accountmanager op de afdeling vermogensbeheer. In het kader van herstructurering hebben tussen Keijser en Merit onderhandelingen plaatsgevonden. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst per 1 januari 2014 opgezegd, waarna hij in dienst is getreden van Merit. Na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter, heeft Keijser op 4 juli 2014 ten laste van vier oud-werknemers, onder wie werknemer, en onder Merit conservatoir beslag doen leggen. De beslagen strekken tot zekerheid van verhaal van een voorlopig, inclusief rente en kosten, op € 1.230.000 begrote vordering. Keijser stelt dat werknemer in samenwerking met drie andere voormalig werknemers van Keijser door gebruik te maken van vertrouwelijke gegevens van Keijser een substantieel deel van de klanten van Keijser heeft geworven ten gunste van Merit en dat Keijser daardoor schade heeft geleden, aangezien de beoogde verkoop van de klantenportefeuille aan Merit daardoor zou zijn afgeketst en inmiddels circa 80% van de klanten van Keijser wordt bediend door Merit, waardoor verkoop van de Vermogensbeheerafdeling onmogelijk is geworden. Ten laste van werknemer is conservatoir beslag gelegd op zijn woonhuis en op zijn bankrekening. Werknemer vordert opheffing van de beslagen.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ter zitting heeft werknemer desgevraagd verklaard dat hij uit hoofde van zijn functie bij Merit thans 15 à 20 klanten bedient van de 75 klanten die hij voorheen voor Keijser bediende. Gelet op de overgelegde e-mailberichten waarin werknemer in verband met ontwikkelingen binnen Keijser voorstelt de rekening te sluiten en de e-mail waarin werknemer een (voormalig) klant van Keijser voorstelt om kennis te maken met de mogelijkheden van Merit, valt niet uit te sluiten dat werknemer klanten van Keijser heeft benaderd om hen te bewegen hun relatie met Keijser te beëindigen, dan wel om een contractuele relatie met Merit aan te gaan. Hierbij is van belang dat werknemer – naar het zich laat aanzien uit eigen beweging – aan de betreffende klanten heeft meegedeeld dat Keijser de portefeuille in de nabije toekomst niet meer kan beheren. Tegen deze achtergrond is het niet ondenkbaar dat werknemer onrechtmatig heeft gehandeld. De betwisting door werknemer van de omvang van de door Keijser gestelde schade alsmede de overige verwijten die werknemer Keijser maakt, dienen te worden betrokken bij de beoordeling in de bodemprocedure. Op voorhand kan uit die verweren niet worden afgeleid dat de vordering van Keijser summierlijk ondeugdelijk is. Hiermee is het belang van Keijser bij handhaving van de beslagen gegeven. Het belang van werknemer bij opheffing van het beslag op zijn woonhuis is daartegenover onvoldoende. Volgt afwijzing van de vordering.