Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 9 september 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:6976
werkgever/administratiekantoor X
Werkgeer stelt zijn adminstratiekantoor aansprakelijk voor beslastingschade. Aan het adminstratiekantoor is opdracht gegeven de inkomstenbelasting en de omzetbelasting te verzorgen. De werkgever neemt een werknemer in dienst met wie hij een nettoloon afspreekt. Het administratiekantoor gaat ook de loonadministratie verzorgen. De werkgever verwijt het administratiekantoor dat bij het opstellen van de loonspecificaties door de werknemer is nagelaten de cao toe te passen, waardoor te veel loonbelasting aan de Belastingdienst is afgedragen. Voorts wordt het adminstratiekantoor verweten dat jaarlijks bij de aangifte inkomstenbelasting de verschuldige pensioenpremie ten behoeve van de werknemer niet op de winst van de opdrachtgever in mindering is gebracht.
Het hof oordeelt als volgt. Voor het beantwoorden van de vraag of het administratiekantoor jegens werkgever is tekortgeschoten, heeft het hof de overeenkomst van opdracht tussen partijen uit te leggen. Bij deze uitleg betrekt het hof in het bijzonder de volgende omstandigheden:
- werkgever is een kleine ondernemer die geen bijzondere kennis heeft met betrekking tot de fiscale en financiƫle administratie van zijn onderneming;
- administratiekantoor exploiteerde bedrijfsmatig een onderneming, waarbij hij tegen betaling zijn diensten voor het voeren van onder meer salarisadministratie en belastingaangiftes aanbood;
- werkgever mocht van de professionele beroepsuitoefenaar administratiekantoor X verwachten dat X onder meer beschikte over de relevante rechtskennis voor het uitvoeren van de aan hem gegeven opdracht;
- X is niet opgekomen tegen de aan hem bij tussenvonnis van 23 januari 2013 gegeven bewijsopdracht en de beslissing die de rechtbank daarover in het eindvonnis van 23 april 2013 heeft gegeven, zodat het ervoor dient te worden gehouden dat werkgever niet aan X heeft opgedragen voor de uitvoering van zijn werkzaamheden ten behoeve van werkgever af te wijken van de CAO Afbouw.
Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de overeenkomst van opdracht aldus dient te worden uitgelegd, dat op X de verplichting rustte om met inachtneming van de voor werkgever geldende contractuele en wettelijke bepalingen voor werkgever de aangiftes voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting te verzorgen en de loonadministratie te voeren. Voor de loonadministratie hield deze opdracht onder meer in dat X de loonspecificaties had op te stellen met inachtneming van de algemeen verbindend verklaarde CAO Afbouw. Voor zover uit de toepassing van de CAO Afbouw voor werkgever betalingsverplichtingen voortvloeiden waarmee X in de loonspecificaties rekening had te houden, brengt de overeenkomst van opdracht mee dat X werkgever op die betalingsverplichtingen had te wijzen.