Naar boven ↑

Rechtspraak

Bouwbedrijf Regiobouw Haarlemmermeer/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 juni 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2445

Bouwbedrijf Regiobouw Haarlemmermeer/werknemer

Werknemer komt bescherming opzegverbod OR-lidmaatschap toe, ondanks ophouden bestaan OR (art. 12 WOR). Opzegging kennelijk onredelijk wegens verkeerde afspiegeling nadat passende arbeid nieuw bedongen arbeid is geworden.

Werknemer (geboren 1950) is op 19 juni 1989 in dienst getreden van Regiobouw. In november 2000 is werknemer lid geworden van de ondernemingsraad (hierna: OR). Regiobouw heeft in maart 2009 aan de (voormalige) leden van de OR advies gevraagd over het voorgenomen besluit tot reorganisatie en ontslag van twintig werknemers. Werknemer heeft als (voormalig) OR-voorzitter gesprekken met het bestuur van Regiobouw en de bonden gevoerd. Met toestemming van het UWV is de arbeidsovereenkomst van werknemer tegen 4 december 2009 opgezegd. Werknemer heeft de opzegging vernietigd met een beroep op artikel 7:670 jo. 7:670a BW. Regiobouw betaalt vanaf 4 december geen loon meer aan werknemer. De arbeidsovereenkomst is uiteindelijk met toestemming van de kantonrechter en het UWV per 30 juli 2010 voorwaardelijk opgezegd. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer de bescherming van artikel 7:670a BW toekomt en derhalve de arbeidsovereenkomst pas op 30 juli 2010 is geëindigd.

Het hof oordeelt als volgt. Regiobouw stelt zich op het standpunt dat geen sprake meer is van een OR en dat op grond van artikel 12 WOR het lidmaatschap van de OR is geëindigd in 2003. Er zijn geen nieuwe verkiezingen uitgeschreven na de zittingstermijn van werknemer. Het hof oordeelt dat na 2003 Regiobouw de OR is blijven erkennen en behandelen als zijnde een OR en dat werknemer daarin een rol is blijven spelen. Onder deze omstandigheden kan in redelijkheid werknemer niet worden tegengeworpen dat artikel 7:670a BW toepassing mist. Het oordeel van de kantonrechter ter zake is juist.

Werknemer heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging. Daartoe voert hij aan dat hij in 2007 is uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid en vanaf 2008 in een unieke functie werkzaam is. Het afspiegelingsbeginsel is daardoor verkeerd toegepast. Het hof deelt deze stelling van werknemer. De passende arbeid moet worden aangemerkt als nieuw bedongen arbeid, zodat werknemer ten onrechte in de uitwisselbare functie van ‘uitvoerder’ is opgenomen in plaats van bouwinspecteur. Het ontslag had derhalve niet mogen plaatsvinden. De schadevergoeding wordt begroot op tien maandsalarissen (€ 52.000).