Naar boven ↑

Rechtspraak

Lowland Binnenvaart/J&J Nautical Projects
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 2 september 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:6786

Lowland Binnenvaart/J&J Nautical Projects

Van een payrollwerkgever wordt verwacht dat hij de arbeidsrechtelijke regels kent en de inlener waarschuwt voor eventuele gevolgen van de ketenregeling. Bijzondere aan de payrolling is evenwel ook de rol van de inlener, zodat de loondoorbetaling voor 50% als schade kan worden verhaald op inlener.

Op verzoek van J&J heeft Lowland met ingang van 1 maart 2011 de payrollfunctie (verloning) van werknemer op zich genomen. J&J had werknemer een arbeidsovereenkomst als kapitein toegezegd, maar was doende een aparte personeels-BV op te richten. Het verzoek van J&J zag op de verloning tot het moment dat die BV zou zijn opgericht. De verwachting was dat dit op korte termijn zou gebeuren. Uiteindelijk is die BV, de besloten vennootschap Inland Cruise Management B.V., pas in oktober 2011 opgericht. Lowland heeft met werknemer een arbeidsovereenkomst voor de duur van een maand gesloten, welke overeenkomst – wegens het uitblijven van de personeels-BV van J&J – steeds stilzwijgend is verlengd. J&J heeft in september/oktober 2011 Lowland laten weten dat zij werknemer vanaf 1 november 2011 niet meer nodig had. Werknemer stelt zich op het standpunt dat zijn arbeidsovereenkomst is geconverteerd in één voor onbepaalde tijd. Het loon is daardoor nog langere tijd doorbetaald. Lowland vordert deze kosten van J&J.

Het hof oordeelt als volgt. De door het hof vastgestelde verantwoordelijkheid van Lowland (als payrollonderneming) brengt de zorgplicht van Lowland als redelijk bekwame en redelijk handelende payrollonderneming mee dat Lowland, toen de oprichting door J&J van haar personeels-BV uitbleef, J&J had moeten waarschuwen dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst van één maand bij een stilzwijgende verlenging van meer dan drie keer van rechtswege zou worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In dat geval had J&J maatregelen kunnen nemen om dit te voorkomen en had zij ervoor kunnen kiezen om niet langer meer in zee te gaan met werknemer, maar een andere kapitein te laten verlonen. Van Lowland als payrollonderneming had mogen worden verwacht dat zij bekend was met de toepasselijke wetgeving, althans dat zij ervoor had zorggedragen dat zij zich deze kennis eigen maakte. Aangezien zij dit heeft nagelaten, is zij toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens J&J en heeft zij zelf bijgedragen aan het ontstaan van de door haar gevorderde schade. Hiertegenover staat dat ook J&J naar het oordeel van het hof heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade.