Naar boven ↑

Rechtspraak

Dirk van den Broek Supermarkten B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 september 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:6357

Dirk van den Broek Supermarkten B.V./werknemer

Ontslag op staande voet teamleider Dirk van den Broek wegens diefstal. Dringende reden voldoende aannemelijk ondanks het feit dat de beelden van de bedrijfscamera’s geen eenduidige diefstal door werknemer laten zien. Voorwaardelijke ontbinding zonder vergoeding.

Werknemer (46 jaar) is sinds 1999 in dienst van Dirk van den Broek. Laatstelijk was hij werkzaam als teamleider kruidenierswaren. Dirk van den Broek heeft voor de interne beveiliging van de filialen en ten behoeve van interne fraudeopsporing een eigen dienst, geheten SecMan. SecMan heeft tijdens een observatie op 6 mei 2014 geconstateerd dat de achterbak van de auto van werknemer door een medewerker met de autosleutels werd geopend en dat er twee dozen met goederen in werden geplaatst. De goederen waren uit het filiaal afkomstig en waren niet afgerekend. Bovendien is bij een uitgangscontrole gebleken dat in de tas van werknemer zich goederen van Dirk van den Broek bevonden, waarvan werknemer geen aankoopbewijs kon tonen. Op 14 mei 2014 is werknemer op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming meenemen van producten die aan Dirk van den Broek toebehoren en betrokkenheid bij het plegen van diefstal door collega’s. Werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Thans verzoekt Dirk van den Broek voorwaardelijke ontbinding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dirk van den Broek heeft de dringende reden ruimschoots aannemelijk gemaakt, ondanks het feit dat de beelden van de bedrijfscamera’s geen eenduidige diefstal door werknemer laten zien. Werknemer heeft voor de aanwezigheid van de twee dozen niet afgerekende goederen in de achterbak van zijn auto geen redelijkerwijs afdoende verklaring kunnen geven en voor de goederen in zijn tas, waarvan hij geen aankoopbewijs kon tonen, evenmin. Bovendien heeft een collega verklaard in opdracht van werknemer de goederen in de kantine te hebben gelegd en dat werknemer die in zijn tas heeft gestopt. Ook voor de beelden van de bedrijfscamera’s van 30 maart 2014 en 7 april 2014 heeft werknemer geen geloofwaardige verklaring kunnen geven. De gedragingen van de medewerkers op de beelden sterken de kantonrechter dan ook in haar oordeel dat gedurende langere tijd op grote schaal diefstal in het filiaal heeft plaatsgevonden en dat werknemer daarin een (grote) rol heeft gespeeld. Of hij zelf de diefstallen heeft gepleegd dan wel zijn medewerkers dat feitelijk liet doen, is van ondergeschikt belang. Maar ook in het geval dat werknemer geen betrokkenheid bij de diefstallen heeft gehad, dient de arbeidsovereenkomst te worden ontbonden. In dat geval namelijk heeft werknemer door onvoldoende verklaring te geven voor de constateringen op 6 mei 2014, het over zich afgeroepen dat Dirk van den Broek geen vertrouwen meer heeft in zijn functioneren. Het feit dat werknemer een lang dienstverband heeft, waarbinnen hij goed functioneerde, doet hieraan niet af. Dirk van den Broek kon en mocht haar vertrouwen in werknemer verliezen. Volgt voorwaardelijke ontbinding.