Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 29 augustus 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:8781
Food Village (Schiphol) B.V./werknemer
Op luchthaven Schiphol exploiteert Food Village een supermarkt en een slijterij, genaamd Liquors of the World. Werknemer is op 2 januari 1999 bij Food Village in dienst getreden. Hij vervult de functie van Worker in de supermarkt. Op 17 maart 2011 heeft Schiphol aan Food Village meegedeeld de huur- en de concessieovereenkomsten niet te willen verlengen. Op 26 maart 2012 zijn Food Village en FNV Bondgenoten een sociaal plan overeengekomen. Per 1 oktober 2014 komt een einde aan de tussen Schiphol en Food Village bestaande huur- en concessieovereenkomsten. AH en Gall&Gall hebben een huur- en een concessieovereenkomst met Schiphol gesloten met betrekking tot de door Food Village van Schiphol gehuurde bedrijfsruimten. Op 12 mei 2014 is tussen Food Village en AH een overeenkomst tot stand gekomen, waarbij onder meer is overeengekomen dat AH 36 van de 48 werknemers van Food Village een arbeidsovereenkomst zal aanbieden. In overleg met FNV Bondgenoten is het sociaal plan afgestemd op deze nieuwe situatie. Thans verzoekt Food Village ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het vervallen van de functie van werknemer als gevolg van staking van de bedrijfsactiviteiten. Werknemer voert verweer en stelt dat sprake is van een overgang van onderneming, waardoor hij per 1 oktober 2014 van rechtswege in dienst is van AH.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de rechtspraak van het HvJ EU blijkt dat het begrip overdracht krachtens overeenkomst ruim moet worden uitgelegd, en voorts dat beslissend is of de identiteit van een bedrijf bewaard blijft. Uit de overnameovereenkomst blijkt dat partijen uitdrukkelijk hebben bedongen dat geen activa, goodwill en personeel overgaan, en voorts dat partijen niet hebben beoogd de identiteit en uitstraling van het Food Village-concept te handhaven. Omtrent het behoud van identiteit wordt onder verwijzing naar de Spijkers-criteria (HvJ EU 18 maart 1986, NJ 1987/502) geoordeeld dat tussen partijen vaststaat dat een supermarkt en een slijterij moeten worden gekenmerkt als behorend tot de kapitaalintensieve sector. Daarbij is, anders dan bij een arbeidsintensieve sector, de vraag of materiële activa zoals winkelinventaris, producten en voorraden worden overgedragen van belang. Ten aanzien van de aard van de onderneming staat vast dat AH net als Food Village een supermarkt gaat exploiteren. De aard van deze supermarkt en de uitstraling daarvan, is echter wel verschillend. De extensieve uitleg van de richtlijn gaat naar het oordeel van de kantonrechter niet zo ver, dat de identiteit van de onderneming enkel is gelegen in het exploiteren van een supermarkt. Feit is immers dat supermarkten onderling verschillen vertonen, zowel in assortiment als in klantenkring. Het feit dat de klantenkring op Schiphol – vanwege de locatie en het feit dat op Schiphol, behoudens twee AH-to go’s, verder geen supermarkten gevestigd zijn – grotendeels hetzelfde zal zijn doet hieraan niet af.
Food Village heeft onderbouwd en onweersproken gesteld dat alle voorraden worden teruggenomen door de leveranciers, dat de winkel geheel leeg en ontdaan van inventaris wordt opgeleverd en dat AH in het geheel géén activa van Food Village overneemt. In dit geval is de omstandigheid dat in het geheel geen activa worden overgenomen er één die naast de overige omstandigheden bijdraagt aan de conclusie dat geen sprake is van overgang van onderneming. Vaststaat dat van de 48 medewerkers van Food Village, er 36 een arbeidsovereenkomst aangeboden hebben gekregen bij AH. Daarmee staat vast dat een groot gedeelte van het personeel bij AH in dienst treedt. Tijdens de zitting is echter onweersproken gesteld dat de betreffende werknemers grotendeels in andere filialen van AH te werk zullen worden gesteld en niet in het nieuwe filiaal van AH op Schiphol. Slechts acht ex-medewerkers van Food Village worden in het filiaal van AH op Schiphol geplaatst. Daarmee kan niet gezegd worden dat de overgang van personeel van Food Village naar AH, wezenlijk bijdraagt aan behoud van de identiteit van de onderneming. Geoordeeld wordt dat geen sprake is van een overgang van onderneming. Nu tussen partijen niet in debat is dat Food Village haar bedrijfsactiviteiten op Schiphol staakt per 1 oktober 2014, vervalt per deze datum de functie van werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er is geen aanleiding om af te wijken van het gewijzigd sociaal plan zoals dat is vastgesteld tussen Food Village en de vakbonden. Aan werknemer wordt derhalve een vergoeding toegekend met C=0,65 (€ 26.609,71 bruto) plus een bedrag van € 2.000 ex btw voor outplacement.