Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 7 oktober 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:7667
Coolkids Agency/ X
Coolkids en X zijn een schriftelijk vastgelegde overeenkomst aangegaan, inhoudende dat X met ingang van 1 september 2012 voor de duur van een jaar als zelfstandig handelsagent voor Coolkids werkzaam zal zijn tegen een provisie van 20% van de verkoopprijs van de door zijn tussenkomst tot stand gekomen verkopen. Begin 2013 heeft Coolkids aan X een e-mail gestuurd. In dit e-mailbericht wordt verwezen naar een bestand, inhoudende een arbeidscontract tussen Coolkids en X. In dat contract is onder meer vastgelegd dat X met ingang van 1 maart 2013 voor de duur van een jaar bij Coolkids in dienst treedt als werknemer tegen een salaris van € 1.549,13 bruto per maand en dat Coolkids hem een bedrijfsauto ter beschikking stelt. De centrale vraag die partijen in dit geding verdeeld houdt is of sprake is van een arbeidsovereenkomst en of deze arbeidsovereenkomst tussentijds met wederzijds goedvinden is beëindigd. En indien dit niet het geval is of werknemer over de resterende duur van het contract recht heeft op loon, nu hij geen gehoor heeft gegeven aan de oproep van de werkgever zijn werkzaamheden te hervatten, maar de werkgever de daarvoor noodzakelijke bedrijfsauto van werknemer heeft ingevorderd.
Het hof oordeelt als volgt. Uit de overeenkomsten volgt duidelijk dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daar komt bij dat Coolkids ook tot de zomer van 2013 het loon plus vakantietoeslag heeft betaald. De stelling dat sprake is van een voorwaardelijke arbeidsovereenkomst – te weten voor zover werknemer voldoende omzet genereert – faalt. Voor zover dit al tussen partijen zou zijn overeengekomen, is dit een nietige ontbindende voorwaarde.
Werknemer heeft recht op loon, nu het niet verrichten van de arbeid voor rekening en risico van de werkgever komt. Hij heeft immers de bedrijfsauto ingevorderd en kan dan in redelijkheid niet van werknemer verwachten dat hij desalniettemin arbeid verricht.