Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 oktober 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:7125
werknemer/Rietlanden Terminals B.V.
Werknemer is van 1 oktober 2002 tot 1 augustus 2013 in dienst geweest van Rietlanden in de functie van allround kraandrijver. Rietlanden heeft in 2013 een reorganisatie doorgevoerd. Ten gevolge van die reorganisatie zijn binnen de functiegroep allround kraandrijver vier van de twintig arbeidsplaatsen komen te vervallen. Met twee allround kraandrijvers, waaronder X, is de arbeidsovereenkomst beëindigd door middel van een beëindigingsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst van werknemer is ontbonden. In de ontbindingsbeschikking heeft de kantonrechter het volgende overwogen: ‘De kantonrechter neemt echter wel in aanmerking dat de noodzaak om de arbeidsplaats van werknemer te laten vervallen samen hangt met de omstandigheid dat, na de werkonderbrekingen in het laatste kwartaal van 2012, de drie voormannen van de kraandrijvers na een mediation traject kort voor de reorganisatie een demotie hebben geaccepteerd en thans als allround kraandrijver werken. Dit heeft direct invloed gehad op het aantal kraandrijvers dat boventallig is. Deze omstandigheid is voor werknemer zodanig nadelig dat het redelijk is dat Rietlanden, die door genoemde demoties een arbeidsconflict met haar voormannen heeft opgelost, haar eerdere toezegging tot wederindienstneming in het kader van goed werkgeverschap zal uitbreiden. Het ligt in de reden dat, wanneer binnen twaalf maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst sprake is van structurele inhuur van kraandrijvers of vacatures voor (allround) kraandrijvers, aan werknemer de mogelijkheid zal worden geboden om opnieuw als allround kraandrijver in dienst te treden.’ In februari 2014 is een van de bij Rietlanden in dienst gebleven allround kraandrijvers weggegaan bij Rietlanden. Daarop heeft Rietlanden X weer in dienst genomen. Werknemer stelt dat deze arbeidsplaats aan hem had moeten toekomen. De beschikking bevat immers een overweging met een bindende aanwijzing om in geval van een vacature allround kraandrijver deze eerst aan hem aan te bieden. Werknemer vordert om Rietlanden te veroordelen om hem onmiddellijk weer als allround kraandrijver in dienst te nemen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Een bindende beslissing die de rechtspositie van partijen wijzigt c.q. afdwingbare verplichtingen aan (een der) partijen oplegt kan door een rechter slechts op verzoek of vordering van een partij in het dictum van beschikkingen en vonnissen worden gegeven. Alleen al om die reden kan er geen sprake van zijn dat de bewuste overweging partijen heeft gebonden voor wat betreft het geval dat in de toekomst een vacature voor kraandrijver zou worden opengesteld, terwijl er bij de door de kantonrechter gekozen vorm ook geen sprake is geweest van een ontbinding onder die voorwaarde. Een en ander geldt temeer daar het hier gaat om een overweging die, als ze als bindende aanwijzing zou moeten worden opgevat, niet alleen (voorwaardelijk) de rechtspositie van partijen bij het ontbindingsverzoek zou raken, maar ook de positie van X, zonder dat deze zich daartegen heeft kunnen verweren. De bewuste overweging kan niet anders worden gezien dan als een aansporing zonder bindende kracht. Geoordeeld wordt bovendien dat de overweging niet kan worden gezien als een aansporing om werknemer een voorrangspositie boven X te geven, maar slechts om werknemer voor het vervullen van een eventuele vacature in aanmerking te laten komen, naast andere ontslagen kraandrijvers. Dit mede omdat in de bewuste overweging als reden voor de aansporing een werknemer benadelende omstandigheid is genoemd (demotie van drie voormannen), waardoor X net zo goed was benadeeld. Volgt afwijzing van de vordering.