Naar boven ↑

Rechtspraak

Aldi Inkoop B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 30 september 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:6870

Aldi Inkoop B.V./werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst statutair directeur Aldi Inkoop na dienstverband 27 jaar. Nadat werknemer heeft geklaagd over een leidinggevende wordt zonder nader onderzoek of het voeren van gesprekken het ontslag geagendeerd, hetgeen ernstig in strijd is met goed werkgeverschap. C=1,5 (€ 900.000).

Werknemer is op 5 oktober 1987 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Aldi Drachten. Thans is hij in dienst van Aldi Inkoop, waar hij sinds 2003 statutair directeur is. Het hoogste organisatorische orgaan van Aldi Nord, de groep waarvan Aldi in Nederland deel uitmaakt, is de zogenaamde Verwaltungsrat. Werknemer heeft bij de Verwaltungsrat geklaagd over het functioneren van X, de statutair directeur van Aldi Holding. Vervolgens is werknemer op 15 augustus 2014 als statutair bestuurder ontslagen. Aldi Inkoop verzoekt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 450.000 te ontbinden.

De rechtbank oordeelt als volgt. Nu werknemer niet langer met X wenst samen te werken en de verhouding met de Aldi-organisatie als gevolg van de gebeurtenissen is vertroebeld, is een beëindiging van de arbeidsovereenkomst onontkoombaar. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Over de hoogte van de vergoeding wordt als volgt geoordeeld. Zoals uit de vaststaande feiten blijkt heeft werknemer na eerdere mislukte pogingen tot een telefoongesprek met de voorzitter van de Verwaltungsrat per brief van 12 juli 2014 zich over X beklaagd. Werknemer is gevraagd zijn bewaren op papier te zetten. Ter zitting is gebleken dat de Verwaltungsrat vervolgens X heeft gevraagd naar zijn standpunt. X heeft dat standpunt kennelijk mondeling aan de Verwaltungsrat gegeven. Gebleken is verder dat het standpunt van X vervolgens niet met werknemer is gecommuniceerd. In plaats daarvan heeft werknemer een uitnodiging gekregen voor een AVA waarop zijn voorgenomen ontslag stond geagendeerd. Deze gang van zaken moet in de gegeven omstandigheden ernstig in strijd met goed werkgeverschap worden genoemd. Van Aldi had verwacht mogen worden dat zij behoorlijk onderzoek zou doen naar de klachten van werknemer en behoorlijk zou onderzoeken of de samenwerking met X nog mogelijk zou zijn en welke maatregelen getroffen zouden kunnen worden om de problemen op te lossen, wat zij allemaal niet heeft gedaan. Het standpunt van Aldi dat werknemer bij de Verwaltungsrat aan het verkeerde adres was en de problemen met X moest bespreken, moet worden verworpen. Zelfs al zou het zo zijn dat X feitelijk de direct leidinggevende van werknemer was en dat binnen Aldi geldt dat problemen in de eerste plaats met de direct leidinggevende moeten worden besproken, was begrijpelijk en voor de hand liggend dat werknemer zich tot de Verwaltungsrat zou wenden omdat de strekking van zijn klachten over X mede was dat met hem niet te praten valt. Het gaat in de gegeven omstandigheden niet aan dat Aldi zonder behoorlijk onderzoek plompverloren tot ontslag van werknemer, die al 27 jaar in dienst van Aldi was, is overgegaan. Dat klemt temeer omdat niet kan worden aangenomen dat er in de voorafgaande 27 jaar enige gegronde kritiek op het functioneren van werknemer bestond. Anderzijds heeft werknemer de escalatie zelf in de hand gewerkt. Werknemer had minder scherpe bewoordingen kunnen kiezen en de kritiek zakelijker kunnen formuleren. Een C-factor van 1,5 (€ 900.000 bruto) wordt billijk geacht. Daarmee wordt ook eventuele pensioenschade geacht te zijn vergoed. Voor een veel hogere vergoeding die neerkomt op doorbetaling van het salaris tot 67 jaar, zoals door werknemer verzocht, ziet de rechtbank geen grond. Van werknemer mag worden verwacht dat hij zich inspant om een andere baan te vinden en er is geen reden te veronderstellen dat iemand als werknemer die zonder enige kritiek op zijn functioneren lang in een dergelijke functie heeft gewerkt, niet meer in staat zou zijn een vergelijkbare functie te vinden. De rechtbank ziet geen reden voor toekenning van een veel lagere vergoeding vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet transitievergoeding.