Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 4 november 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:3502

werkgever/werknemer

Ontslag op staande voet van gewezen statutair directeur na gebleken financiële onregelmatigheden. Aanhouding voor nadere bewijsvoering.

Werknemer (geboren 1961) is in 1990 in dienst getreden van een werkmaatschappij van werkgever. Per 1 november 1996 is hij benoemd tot statutair directeur van werkgever. Hij verdiende laatstelijk € 16.053,98 bruto per maand. Vanwege bedrijfseconomische redenen heeft de AVA op 23 december 2010 besloten werknemer per direct als statutair bestuurder te ontslaan en zijn dienstverband per 1 mei 2011 (als werknemer) te beëindigen onder toekenning van een vergoeding van € 110.000. Op 7 april 2011 is werknemer alsnog op staande voet ontslagen vanwege financiële onregelmatigheden binnen het bedrijf (middels een creditfactuur aan timmerbedrijf X, zou een werknemer indirect een bonus hebben ontvangen van € 15.000 welke werd vertaald in een korting op kozijnen (2007); en werknemer zou een bedrag van fl. 10.000 aan sponsorgelden zelf hebben gehouden (2001)).

Het hof oordeelt als volgt. Het ontslag is onverwijld verleend. Werkgever mocht het interne onderzoek afwachten. Indien de feiten komen vast te staan, dan is ook sprake van een dringende reden. Werkgever wordt ten aanzien van de creditnota in staat gesteld nader bewijs te leveren. Naar het oordeel van het hof bestaat er geen grond voor de omkering van de bewijslast ten aanzien van de tweede ontslaggrond. Evenmin kan op grond van hetgeen werkgever heeft aangevoerd worden geconcludeerd dat voorshands vaststaat dat het geld aan werknemer in privé ten goede is gekomen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat hetgeen werkgever daarvoor aanvoert ‘te mager’ is en onvoldoende is onderbouwd.