Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 4 december 2014
ECLI:NL:RBOBR:2014:7240
werknemer/werkgever
Werknemer is van 1 januari 2007 tot 1 april 2013 in dienst geweest, laatstelijk als servicemonteur/onderhouds- en reparatiemedewerker. Op de arbeidsovereenkomst was tot 1 januari 2013 de CAO Houthandel van toepassing. Sinds 1 januari 2013 is de CAO Timmerindustrie van toepassing. Werknemer vordert betaling van een bedrag van € 8.302,03 bruto ter zake ten onrechte niet toegekende en uitbetaalde roostervrije uren. Werknemer stelt dat hij hier op grond van de zowel de CAO Houthandel als de CAO Timmerindustrie recht op heeft.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het uitgangspunt van de overgelegde cao’s dat de gemiddelde werkweek 36 uren (CAO Houthandel) dan wel 37,5 uren (CAO Timmerindustrie) is en dat de werknemer en werkgever de keuze hebben om per week meer gewerkte uren in verlof dan wel geld uit te (laten) keren. Als het in verlof wordt uitgekeerd, wordt er in de cao gesproken over roostervrije uren. De kantonrechter kan werknemer niet volgen in zijn stelling dat uit het feit dat hij wekelijks daadwerkelijk 40 uren heeft gewerkt, volgt dat hij op basis van de cao recht heeft op 184 roostervrije uren. Het aantal roostervrije uren hangt immers niet alleen af van het aantal daadwerkelijk gewerkte uren, maar ook van de met de werkgever gemaakte afspraak over de normale arbeidsduur per week (art. 29 lid 5 CAO Houthandel). Anders gezegd, de duur waarvoor men wordt betaald. De cao’s gaan ervan uit dat er bij een fulltime dienstverband gemiddeld 36 uren dan wel 37,5 uren per week wordt gewerkt en dat er dan recht is op 184 roostervrije uren. Daar kan echter van worden afgeweken. Dat is in dit geval ook gebeurd. Niet in geschil is dat partijen hebben afgesproken dat de normale arbeidsduur per week 38 uren bedraagt en dat daar ook voor is betaald. Op grond van artikel 29 lid 12 van de CAO Houthandel heeft werknemer dan recht op 92 roostervrije uren. Niet in geschil is dat hij die ook daadwerkelijk heeft genoten. Volgt afwijzing van de vordering.