Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/G4S Security Services B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 21 mei 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:6601

werknemer/G4S Security Services B.V.

Ontslag op staande voet beveiligingsemployé na het geven van een vuistslag in de buik van een collega is, gelet op persoonlijke omstandigheden en goed functioneren tijdens dienstverband van zeven jaar, niet rechtsgeldig.

Werknemer is sinds 2005 in dienst van G4S. Laatstelijk vervulde hij de functie van beveiligingsemployé en was hij tewerkgesteld in het Detentiecentrum Zeist. Op 27 april 2012 is hij op staande voet ontslagen, omdat hij een collega een vuistslag in de buik zou hebben gegeven. Werknemer vordert voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt en hij vordert wedertewerkstelling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor ligt de vraag of sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Uit getuigenverklaringen volgt dat werknemer zijn collega toen die hem had aangesproken op het gebruik van de Arabische taal met zijn vuist in de buik heeft geraakt door zijn arm die hij gebogen voor zich hield met een vuist zijwaarts te draaien met zijn elleboog als scharnier. De verklaring van werknemer dat hij zijn collega niet heeft geraakt, althans hem alleen van zich heeft afgeduwd, vindt in geen enkele andere verklaring bevestiging. Natuurlijk geeft een dergelijke handelwijze – zeker een beveiligingsemployé die staat voor orde, veiligheid en rust – geen pas. Bij beantwoording van de vraag of die – op zichzelf laakbare – handelwijze een ontslag op staande voet rechtvaardigt, geldt als uitgangspunt dat een ontslag op staande voet als meest verregaande en zwaarste sanctie in het arbeidsrecht heeft te gelden en slechts mag worden toegepast als met minder verregaande maatregelen – zoals bijvoorbeeld een schorsing of een loonsanctie – niet kan worden volstaan. In dat kader acht de kantonrechter van belang dat de collega in zijn eerste schriftelijke verklaring heeft aangegeven geen sanctie te verwachten en een gesprek te willen. Het leek dus niet een kwestie die door hem hoog werd opgenomen of onoplosbaar was. G4S heeft van die opening geen gebruik gemaakt, omdat naar haar zeggen een dergelijk gesprek toch geen uitkomst zou hebben geboden nu een terreinontzegging van de Dienst Justitiële Inrichtingen werkhervatting voor werknemer onmogelijk maakte. Dat argument faalt omdat – zoals ook de kantonrechter in de ontbindingsprocedure heeft overwogen – G4S zich niet onder verwijzing naar die terreinontzegging kan onttrekken aan de op haar rustende verplichtingen als werkgever. Relevant is dat werknemer zeven jaar lang goed heeft gefunctioneerd, dat hij kostwinnaar is voor zijn gezin en dat hij niet meer dezelfde baan zal kunnen vervullen vanwege het ontslag op staande voet. De kantonrechter is van oordeel dat de handelwijze van werknemer, hoewel laakbaar, gelet op de omstandigheden van het geval waaronder ook de persoonlijke omstandigheden van werknemer, geen ontslag op staande voet rechtvaardigt. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd en nog steeds voortduurt. Dit brengt met zich dat de vordering wedertewerkstelling wordt toegewezen, zij het op een termijn van 14 dagen om G4S in staat de stellen de nodige voorbereidingen te treffen. Het voorgaande betekent ook dat werknemer recht heeft op zijn salaris vanaf de datum van ontslag tot het moment dat de arbeidsovereenkomst wel rechtsgeldig zal zijn geëindigd. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging daarvan (op grond van art. 7:680a BW). Niet kan worden gezegd dat de vordering inmiddels onevenredig hoog is, afgezet tegen de tijd dat werknemer naar behoren heeft gefunctioneerd. Evenmin kan worden geoordeeld dat de vordering is opgelopen door stilzitten van werknemer, noch daargelaten dat dit geen reden kan zijn voor matiging. Tevens zal de wettelijke rente over het achterstallig loon worden toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot nihil, gelet op het verwijt dat werknemer kan worden gemaakt ten aanzien van zijn handelwijze die aanleiding vormde voor het ontslag op staande voet.