Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 juni 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:6647
Joulz B.V./werknemer
Werknemer is sinds 1978 in dienst van Joulz. Laatstelijk vervulde hij de functie van senior uitvoerder. In 2012 heeft bij Joulz een reorganisatie plaatsgevonden in verband met een terugloop van de omzet. Joulz is met de vakbonden een sociaal plan overeengekomen. Joulz heeft werknemer met ingang van 1 januari 2013 boventallig verklaard. De vertrekpremie bedroeg € 5.000 bruto per gewerkt jaar met een maximum van € 120.000 bruto. De begeleiding van werk naar werk werd geregeld via een extern re-integratiebedrijf en bestond uit indiensttreding bij POSG Professionals B.V. (hierna: POSG), een bedrijf dat zich richt op loopbaanontwikkeling van mensen en dat mobiliteitsdienstverbanden aanbiedt. Werknemer is op 1 januari 2013 bij POSG in dienst getreden. Joulz verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst – voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds is geëindigd doordat werknemer achtereenvolgens bij POSG en Van Voskuilen in dienst is getreden – op grond van verandering van omstandigheden. Daartoe wordt het volgende aangevoerd. In overleg met de OR en de vakbonden heeft Joulz bepaald op welke wijze zij werknemers boventallig zou verklaren. Overeengekomen is dat Joulz het afspiegelingsbeginsel zou hanteren, met uitzondering van de sleutelfuncties. Daarvoor dienden medewerkers te worden geselecteerd. Werknemer bekleedde zo’n sleutelfunctie, is daarvoor niet geselecteerd en is daarmee boventallig geworden. Werknemer heeft niet gekozen voor een vertrekpremie maar heeft ervoor gekozen zich van werk naar werk te laten begeleiden. Met het in dienst treden van werknemer bij Van Voskuilen is het begeleiden van werk naar werk geslaagd en is daarmee aan het sociaal plan voldaan. Werknemer heeft echter – in tegenstelling tot andere medewerkers – geweigerd om een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zowel Joulz als POSG te tekenen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verweer van werknemer ziet op het feit dat (juist) hij boventallig is verklaard. Hij heeft (van aanvang af) aangegeven dat ten onrechte niet het afspiegelingsbeginsel is gehanteerd en dat de selectie niet transparant was. Dit verweer slaagt. Uitgangspunt is immers – niet alleen bij het UWV maar ook bij de kantonrechter – dat bij het bepalen welke werknemer voor ontslag in aanmerking komt het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd. Joulz heeft evenwel in samenspraak met de OR voor de zogenaamde sleutelfuncties (waaronder die van werknemer) alternatieve criteria afgesproken. Het hanteren van van het afspiegelingsbeginsel afwijkende criteria is niet op voorhand uitgesloten, maar dan moeten deze criteria wel voldoende objectief en controleerbaar zijn om te voorkomen dat de werkgever naar willekeur kan bepalen welke werknemers zij wil behouden en welke niet. Joulz heeft noch in het verzoekschrift noch ter zitting aangegeven welke selectiecriteria zijn gehanteerd om te bepalen welke werknemers de sleutelposities mochten bekleden. Niet vastgesteld kan worden of werknemer terecht boventallig is verklaard. Het enkele feit dat werknemer sedertdien een arbeidsovereenkomst met POSG en Van Voskuilen is aangegaan, kan dan niet alsnog een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Het aangaan van die arbeidsovereenkomsten is immers een direct uitvloeisel geweest van de toepassing van het sociaal plan ten aanzien van werknemer op basis van zijn boventalligheid. Tegen die boventalligheid heeft werknemer zich altijd verzet en hij heeft zich bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst met POSG ook uitdrukkelijk alle rechten voorbehouden. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.