Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 15 december 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:15680
Stichting PerspeKtief/werknemer
Werknemer (58 jaar) is sinds 1995 bij (een rechtsvoorganger van) PerspeKtief in dienst, laatstelijk in de functie van medewerker dagbesteding. Werknemer is sinds begin 2009 lid van de ondernemingsraad (hierna: de OR) van PerspeKtief. PerspeKtief verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. PerspeKtief voert hiertoe aan dat enerzijds sprake is van een vertrouwensbreuk of verstoring van de arbeidsrelatie als gevolg van aanhoudend onbehoorlijk gedrag van werknemer en anderzijds mede door zijn eigen handelwijze de functie van werknemer is vervallen. Er zijn op 31 juli 2014 klachten ontvangen van cliënten over de bejegening door werknemer. Hij heeft bovendien medewerkers en een lid van de raad van toezicht lastiggevallen. Mede gelet op de eerdere officiële waarschuwingen wegens ongepast gedrag die PerspeKtief aan werknemer heeft gegeven, kan van PerspeKtief niet gevergd worden dat zij werknemer in dienst houdt, temeer daar Doel de detachering van werknemer heeft beëindigd en PerspeKtief geen geschikte andere functie voor werknemer heeft. Werknemer voert aan dat het onderhavig verzoek verband houdt met zijn OR-lidmaatschap.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Volgens werknemer heeft PerspeKtief de – kritische – OR hard aangepakt. Hij heeft onweersproken gesteld dat oud-OR-voorzitter W onlangs met een regeling is vertrokken nadat hij eerst was geschorst. Z is volgens werknemer ziek door de wijze waarop zij is bejegend. De ambtelijk secretaris van de OR, C, heeft op staande voet ontslag genomen wegens inmenging en intimidatie door mevrouw A. In augustus 2014 is R medegedeeld dat zijn contract niet wordt verlengd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft PerspeKtief volstaan met de ontkenning dat het OR-lidmaatschap van werknemer een rol zou spelen bij het onderhavig verzoek. Naar het oordeel van de kantonrechter is het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat binnen korte tijd de helft van de OR van PerspeKtief blijkbaar – al of niet vrijwillig – vertrokken is. De brief van C aan de Inspectie SZW van 24 januari 2014 schetst een negatief beeld van de arbeidsomstandigheden, met name van de psychosociale arbeidsbelasting bij medewerkers, werkzaam in het primaire proces, binnen de organisatie van PerspeKtief. Daarin noemt zij expliciet de eis van mevrouw A dat alle OR-leden, en ook mevrouw C als ambtelijk secretaris, dienden te verklaren dat zij haar ten volle vertrouwden. Namens PerspeKtief is een en ander tijdens de mondelinge behandeling niet, althans niet gemotiveerd, weersproken. Door werknemer is voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn OR-lidmaatschap een rol heeft gespeeld bij het indienen van het onderhavig verzoek. Bovendien kan onvoldoende vastgesteld worden wie welke klachten over werknemer heeft geuit doordat PerspeKtief de identiteit van de klager(s) niet bekend wil maken. Daardoor is het evenmin mogelijk om te onderzoeken hoe de ernst van de gestelde klachten gewogen dient te worden terwijl de context waarbinnen de beweerdelijk door werknemer tegen cliënten gemaakte opmerkingen ook onbekend blijft. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.