Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 december 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:5207
werknemer/Rietveld Academie
Werknemer is van 31 maart 2001 tot 17 maart 2011 in dienst van de Rietveld Academie geweest in de functie van conciërge. In het gebouw waarin de Rietveld Academie is gevestigd bevinden zich verschillende werkplaatsen, waaronder een houtwerkplaats. Bij of onder deze werkplaats bevindt zich een afsluitbare ruimte, door partijen aangeduid als ‘de mottenkelder’, waarin stellingrekken zijn aangebracht. In die ruimte, in een van de stellingrekken, pleegde een portemonnee te worden bewaard met daarin geld dat aan de Rietveld Academie toebehoorde. Uit videobeelden blijkt dat werknemer op 9 maart 2011 in de mottenkelder de portemonnee heeft gepakt en ingezien. Op 10 maart 2011 is er een kasverschil van € 120 in de portemonnee geconstateerd. Rietveld heeft werknemer op staande voet ontslagen.
Het hof oordeelt als volgt. Rietveld Academie is, behoudens tegenbewijs, geslaagd in het bewijs dat werknemer geld heeft gestolen. Op grond van het vaststaande feit dat werknemer de portemonnee heeft opgepakt, geopend en ingezien in samenhang met de schriftelijke verklaringen van X, Y en Z (die verklaarden dat werknemer de enige is geweest dit in de mottenkamer is geweest tussen de tijdstippen waarbinnen zich het kasverschil heeft voltrokken), moet het voorshands ervoor worden gehouden dat de verdenking van de Rietveld Academie dat werknemer € 120 heeft weggenomen uit de portemonnee in de mottenkelder, gegrond is. Bij gegrondheid van deze verdenking heeft de Rietveld Academie werknemer met recht verweten dat zijn gedrag ‘onacceptabel’ is geweest en dat hij haar vertrouwen in hem ‘in ernstige mate [heeft] beschaamd’ en is de aan werknemer meegedeelde ontslaggrond komen vast te staan. In dat geval brengen de aard en de ernst van hetgeen de Rietveld Academie werknemer heeft verweten en aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd, mee dat een dringende reden voor het gegeven ontslag bestond, ook als rekening wordt gehouden met de ingrijpende gevolgen van het ontslag voor werknemer en met de verdere omstandigheden van het geval. Het ontslag op staande voet is dan dus terecht gegeven.