Naar boven ↑

Rechtspraak

Lumotech Holland B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 16 juni 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:10733

Lumotech Holland B.V./werkneemster

Afwijzing ontbindingsverzoek vanwege reflexwerking opzegverbod tijdens ziekte. Nu werkgever geen afschrift van hersteldmelding heeft overgelegd, moet het ervoor worden gehouden dat werkneemster nog steeds arbeidsongeschikt is.

Werkneemster is bij Lumotech werkzaam in de functie van Customer Service Medewerker. Als gevolg van verslechterde marktomstandigheden heeft Lumotech haar organisatie gereorganiseerd. Lumotech verzoekt de arbeidsovereenkomst van werkneemster te ontbinden. Aan dit verzoek legt Lumotech – zakelijk samengevat – het volgende ten grondslag. Om in de huidige markt te kunnen blijven opereren wordt van de na de reorganisatie overgebleven werknemers van Lumotech meer dan voorheen een hoge mate van accuratesse en klantvriendelijkheid verwacht. Lumotech heeft moeten constateren dat werkneemster hier niet aan kan voldoen. Ze laat in haar werk te veel steken vallen. Ook de communicatie met andere collega’s laat te wensen over. Werkneemster is op dit alles aangesproken, maar er is geen verbetering merkbaar. Het aanbieden van een verbetertraject is onder de gegeven omstandigheden zinloos.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat werkneemster zich op 13 maart 2014 ziek heeft gemeld vanwege koorts, veroorzaakt door een ontstoken splinter onder haar nagel. Werkneemster heeft betwist dat zij op 19 maart 2014 of op enig ander moment weer beter is gemeld. Zij stelt dat zij op 17 maart 2013 een afspraak heeft gemaakt met de bedrijfsarts voor 3 april 2014, dat zij op laatstgenoemde datum met de bedrijfsarts heeft gesproken over psychische klachten en dat de arbeidsongeschiktheid is blijven voortduren, zij het thans vanwege haar psychische klachten. Werkneemster heeft om haar betoog te onderbouwen overgelegd een door de bedrijfsarts opgesteld verslag van de afspraak van 3 april 2014. Gelet op de inhoud van deze betwisting en het daaraan ten grondslag gelegde verslag, had het op de weg van Lumotech gelegen om de hersteldmelding, waarnaar in het verslag van 17 maart 2014 wordt verwezen, in het geding te brengen. Nu Lumotech dit niet heeft gedaan, moet het er vooralsnog voor worden gehouden dat de arbeidsongeschiktheid van werkneemster sedert 13 maart 2014 nog steeds voortduurt. Niet valt uit te sluiten dat ten minste een deel van de door werkneemster ondervonden (psychische) klachten zijn oorzaak vindt in de door Lumotech doorgevoerde reorganisatie, de hiermee gepaard gaande verhoogde werkdruk en de constatering van Lumotech dat werkneemster in mindere mate aan de veranderde eisen voldoet. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat het verzoek van Lumotech, gelet op de gronden waarop dit berust, geen verband houdt het opzegverbod tijdens ziekte. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.