Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 23 december 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:7246

werkgeefster/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst servicemedewerker wegens bedrijfseconomische redenen. Aan eenzijdig vastgestelde vergoeding met C=0,25 in sociale regeling wordt geen waarde gehecht, nu OR en vakbonden niet hebben ingestemd. Toekenning vergoeding met C=1.

Werknemer is op 8 april 2009 in dienst van werkgeefster getreden. Werkgeefster exploiteert een onderneming die handelt in personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (hierna: de cao) van toepassing. Werkgeefster heeft medio 2014 op grond van bedrijfseconomische redenen het UWV verzocht om toestemming voor ontslag van twaalf werknemers. Het UWV heeft deze verzoeken bij beschikkingen van 22 augustus 2014 afgewezen. Werkgeefster heeft vervolgens in oktober 2014 eenzijdig een sociale regeling opgesteld, op grond waarvan de werknemers die boventallig worden verklaard een beëindigingsvergoeding wordt aangeboden gebaseerd op de kantonrechtersformule met C=0,25, alsook een door werkgeefster te financieren outplacementtraject. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen onder toekenning van een vergoeding van een bedrag van € 3.557,25 bruto en het outplacementtraject conform de sociale regeling. Werknemer betwist de bedrijfseconomische noodzaak van het verval van de arbeidsplaats van twaalf medewerkers.

De kantonrechter is van oordeel dat behoudens bijzondere omstandigheden die in het onderhavige geval zijn gesteld noch gebleken, aan het Ontslagbesluit en de daarop gebaseerde Beleidsregels ontslagtaak UWV, reflexwerking toekomt in het geval een werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt op bedrijfseconomische gronden. De bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie heeft werkgeefster voldoende aangetoond. Werkgeefster heeft werknemer in de juiste functie (servicemedewerker) ingedeeld en heeft het afspiegelingsbeginsel ten aanzien van de afdeling van werknemer correct toegepast, hetgeen door werknemer niet betwist wordt. Werkgeefster heeft ter zake de reorganisatie een sociale regeling opgesteld waarmee geen ondernemingsraad heeft ingestemd, en waarmee de vakbonden niet hebben ingestemd. Gelet op voornoemde wijze van totstandkoming van de sociale regeling acht de kantonrechter zich niet hieraan gebonden en zal de vergoeding worden vastgesteld op basis van de kantonrechterformule met C=1 (€ 14.229 bruto).