Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 januari 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:337
steigerbouwer/Zurich Insurance Ireland Limited c.s.
Op 6 juli 1998 heeft een bedrijfsongeluk plaatsgevonden bij opdrachtgever X. Twee werknemers van werkgever I waren in het bedrijf van opdrachtgever X om aldaar de lasnaden van een vuilverbrandingsketel te inspecteren. Daarbij is werknemer A van een aldaar aanwezige steiger ruim 20 meter naar beneden gevallen. In deze procedure vordert de schadeverzekeraar van werkgever I, schadevergoeding van de werkgever van de steigerbouwer wegens gevaarzetting (Kelderluik-criteria). Een van de stellingen in appel is dat de voorman van het bedrijf dat het revisiewerk verrichtte een fout heeft gemaakt, waardoor werknemer A op grond van artikel 7:658 lid 4 BW dit bedrijf moet aanspreken in plaats van de steigerbouwer.
Het hof oordeelt als volgt. De grief heeft betrekking op artikel 7:658 lid 4 BW. De rechtbank heeft de toepasselijkheid van dit artikel in het midden gelaten en getoetst of het revisiebedrijf al dan niet in haar zorgplicht jegens werknemer van het inspectiebedrijf was tekortgeschoten op de door steigerbouwersbedrijf gestelde punten. Daarvan was volgens de rechtbank geen sprake. Dit oordeel – dat betrekking heeft op de gedragingen van de voorman van het revisiebedrijf die de inspecteurs de weg wees op de steigers – wordt door het hof onderschreven. Artikel 7:658 lid 4 BW mist overigens reeds toepassing omdat dit artikel ten tijde van het ongeval nog niet in werking was getreden. Zelfs als de stelling van steigerbouwersbedrijf juist zou zijn dat ook zonder dit artikel op grond het arrest Stormer-Vedox (HR 15 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC4217) eenzelfde rechtsontwikkeling zou hebben plaatsgevonden, kan dat hem dan ook niet baten. Overigens betrof genoemd arrest een andersoortige, spiegelbeeldige aansprakelijkheid, namelijk die van de formele werkgever voor handelingen van de materiële werkgever. Ook de door partijen gevoerde discussie over het arrest Davelaar-Allspan (HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616) mist relevantie, nu werknemer A al helemaal niet gelijkgesteld kan worden met een zzp’er die rechtstreeks in opdracht van het revisiebedrijf werkzaamheden heeft verricht, in de uitoefening van het bedrijf.