Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Zeeland Supply Industrial Stores B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 augustus 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:7349

werknemer/Zeeland Supply Industrial Stores B.V.

Ontslag 55-jarig Hoofd Administratie na periode van langdurige arbeidsongeschiktheid en dienstverband van 36 jaar is kennelijk onredelijk. Werkgever had inkomensverlies moeten beperken door aanvulling van de WW-uitkering. Schadevergoeding € 26.000.

Werknemer is in de functie van Hoofd Administratie in dienst van Zeeland Supply. Vanaf 6 augustus 2010 was hij arbeidsongeschikt als gevolg van een burn-out. Na een jaar hervatte hij zijn werkzaamheden geleidelijk aan totdat de arbeidsongeschiktheid eindigde op 26 januari 2012. Op 27 februari 2012 is een ontslagvergunning aangevraagd. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst op 29 juni 2012 opgezegd. Werknemer stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Primair stelt hij dat sprake is van een valse of voorgewende reden. Er was geen sprake van een financiële noodzaak zijn functie te laten vervallen. Vrijwel direct nadat werknemer volledig was hersteld van langdurige arbeidsongeschiktheid, liet Zeeland Supply zijn functie vervallen. De gang van zaken doet vermoeden dat dit verband houdt met de arbeidsongeschiktheid. Subsidiair beroept hij zich op het gevolgencriterium.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat Zeeland Supply geen verlies lijdt, maakt niet dat zij de organisatie van het bedrijf ongemoeid moet laten. Onweersproken stelt Zeeland Supply dat het uitbesteden van financiële werkzaamheden jaarlijks een besparing oplevert van ongeveer € 45.000 vergeleken met het in dienst houden van werknemer. Het resterende werk is onvoldoende om hem in dienst te houden. Er is geen onderbouwing voor de stelling dat het laten vervallen van de functie van werknemer desondanks verband houdt met zijn langdurige arbeidsongeschiktheid.

De reden van de opzegging ligt in de risicosfeer van Zeeland Supply. Werknemer heeft een zeer lang en tamelijk eenzijdig arbeidsverleden. Gevoegd bij zijn leeftijd van 55 jaar bij het einde van de arbeidsovereenkomst en zijn langdurige arbeidsongeschiktheid tot 26 januari 2012 zijn de kansen op de arbeidsmarkt niet rooskleurig. De stelling dat Zeeland Supply geen enkele voorziening voor werknemer zou hebben getroffen is niet juist. Werknemer is vrijgesteld van werkzaamheden nadat hem was meegedeeld dat aan UWV WERKbedrijf toestemming was gevraagd de arbeidsverhouding met hem op te zeggen. Ook bood de directeur van Zeeland Supply aan zijn netwerk te gebruiken voor de kansen van werknemer op de arbeidsmarkt. Hierin ligt enige tegemoetkoming van Zeeland Supply, maar niet een passende voorziening in de gevolgen van het ontslag van werknemer. Ook is interne en externe begeleiding van werknemer aangeboden. De uren van de externe begeleiding zijn benut, maar werknemer ging niet in op de mogelijkheid voor een vervolggesprek. Daarnaast is een suppletie van de WW-uitkering voorgesteld, maar de vergoeding is niet uitgekeerd. Gelet op alle omstandigheden van het geval, in het bijzonder de verwachte langdurige werkloosheid na een zeer lang dienstverband van 36 jaar, had het voor de hand gelegen de schade van werknemer wegens inkomensverlies te beperken door aanvulling van de WW-uitkering. De aanvulling op de uitkering wordt berekend door uit te gaan van een compensatie van het volledige inkomensverlies gedurende het eerste jaar van werkloosheid, vervolgens 75% van dat verlies gedurende het tweede jaar van werkloosheid en ten slotte 50% van het verlies tijdens de laatste dertien maanden waarin recht op WW-uitkering bestaat. Omdat de aanvulling ineens zal worden uitbetaald, wordt het totale bedrag gecorrigeerd tot € 26.000 bruto. Zeeland Supply heeft een dergelijke voorziening niet aangeboden en dat maakt in dit geval de opzegging kennelijk onredelijk. Zeeland Supply is derhalve een schadevergoeding van € 26.000 bruto verschuldigd.