Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 februari 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:657

werkgeefster/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst directeur beroepsvereniging verloskundigen wegens vertrouwensbreuk. Werkgeefster heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan ten aanzien van ontbindingsvergoeding reflexwerking aan de WNT zou moeten worden toegekend.

Werknemer (61 jaar) is op 1 mei 2004 in dienst van werkgeefster getreden. Hij is werkzaam als directeur. Werkgeefster is een beroepsvereniging voor verloskundigen. Werkgeefster verzoekt ontbinding onder toekenning van een vergoeding van € 97.375,69 bruto (C=0,5). Zij voert daartoe aan dat werknemer disfunctioneert en het vertrouwen in hem is komen te ontbreken. Werknemer volgt stelselmatig instructies van het bestuur niet op, opereert op eigen houtje, informeert het bestuur niet over belangrijke onderwerpen, creëert geen veilige werkomgeving voor de medewerkers van het bureau, overschrijdt voortdurend budgetten en behartigt de belangen van werkgeefster ten opzichte van derde partijen niet goed, aldus werkgeefster.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de verslagen van functioneringsgesprekken blijkt niet dat sprake is van disfunctioneren. Ook is de in het handboek arbeidsvoorwaarden voorgeschreven procedure omtrent het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken niet gevolgd. Wel wordt werknemer verweten dat hij op eigen houtje heeft geopereerd en het bestuur niet over belangrijke onderwerpen heeft geïnformeerd. Werkgeefster verwijt werknemer terecht dat hij geen overleg heeft gevoerd met het bestuur en het bestuur ook niet heeft geïnformeerd over zoiets belangrijks als het aan de personeelsvertegenwoordiging toekennen van dezelfde bevoegdheden als een ondernemingsraad. De stelling dat werknemer een onveilige werksituatie creëert is onvoldoende onderbouwd. Werknemer heeft niet op de meest voor de hand liggende wijze de belangen van werkneemster behartigd. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Ten aanzien van de vergoeding heeft werkgeefster een beroep gedaan op de reflexwerking van de WNT. Niet in geschil is dat de WNT tussen partijen niet van toepassing is. Op grond van artikel 7:685 lid 8 BW kan de kantonrechter een billijke vergoeding toekennen. Gelet daarop, volstaat het om in voorkomende gevallen een beroep te doen op één of meerdere omstandigheden, die overeenkomen met de feiten en omstandigheden die de wetgever hebben gebracht tot het tot stand brengen van de WNT. Werkgeefster heeft in dit verband geen bijzondere omstandigheden aangevoerd, zodat geen reflexwerking aan de WNT wordt toegekend. De stelling van werkgeefster dat ten aanzien van de vergoeding dient mee te wegen dat het hier gaat om een belangenvereniging wier leden het geld voor de te betalen vergoeding dienen op te brengen, wordt niet gevolgd. Nu de verzochte ontbinding in overwegende mate in de risicosfeer ligt van werkgeefster, maar werknemer toch ook een aantal steken heeft laten vallen, wordt de C-factor bepaald op 0,8 (€ 144.000).