Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 3 februari 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:664

werkgeefster/werknemer

Functies in twee Business Units zijn onderling uitwisselbaar. Nu werkgeefster zich ook niet heeft ingespannen oogstmedewerkster te herplaatsen, wordt het ontbindingsverzoek afgewezen.

Werkneemster is sinds 2007 in dienst als oogstmedewerker. Werkgeefster is een bedrijf waar kruiden worden geteeld. De organisatie bestaat uit twee Business Units. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Doordat voortaan op water zal worden geteeld, zullen de belangrijkste werkzaamheden voor de oogstmedewerkers in Business Unit 1 (hierna: BU1) komen te vervallen of worden geautomatiseerd. Voor werkneemster zijn geen andere passende werkzaamheden voorhanden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontbindingsverzoek houdt geen verband met de ziekte van werkneemster. Gedurende de mondelinge behandeling is de al dan niet uitwisselbaarheid van de functies in BU1 en BU2 uitvoerig aan de orde geweest. Uit de ingediende productie aan de zijde van werkgeefster is gebleken dat het niveau en de beloning van beide functies (nagenoeg) hetzelfde is. Ook de vereiste competenties en de werkomstandigheden verschillen slechts marginaal, zodat niet gesproken kan worden van twee totaal verschillende en dus niet uitwisselbare functies. Voorts is door werkgeefster gesteld dat de functies, gezien de vereiste kennis en vaardigheden, niet gelijkwaardig zijn. De kantonrechter acht dit evenwel niet voldoende reden om te spreken van niet uitwisselbare functies, nu kennis en vaardigheden kunnen worden aangeleerd en het werk- en denkniveau van de functies hetzelfde zijn. In dat licht moet het dan ook mogelijk zijn om aan een oogstmedewerker uit BU1, met hetzelfde werk- en denkniveau, de kennis en vaardigheden aan te leren die noodzakelijk worden geacht voor een werknemer, werkzaam in BU2. Aan werkneemster is echter niet de mogelijkheid gegeven om te bewijzen dat zij in staat kan worden geacht om deze kennis en vaardigheden tot zich te nemen. Niet voldoende is komen vast te staan dat sprake is van niet uitwisselbare functies. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat werkgeefster uitdrukkelijk naar een andere passende functie voor werkneemster in haar organisatie heeft gezocht. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.