Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Dirk van den Broek Supermarkten B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 22 oktober 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:10041

werkneemster/Dirk van den Broek Supermarkten B.V.

Werkgever heeft na onderling tegenstrijdige oordelen van bedrijfsarts en UWV omtrent arbeids(on)geschiktheid werkneemster zorgvuldig gehandeld door weer nader onderzoek te laten verrichten en is eindverantwoordelijkheid voor re-integratie correct nagekomen. Afwijzing loonvordering.

Werkneemster is sinds 1998 in dienst van Dirk van den Broek (hierna: Dirk). Op 2 december 2009 is zij arbeidsongeschikt geworden wegens elleboogletsel dat zij heeft opgelopen bij een ongeval. Als gevolg daarvan kon zij haar werk als caissière niet meer uitoefenen. Dirk heeft gedurende twee jaar het loon doorbetaald. Daarna is die periode door een loonsanctie verlengd tot 24 september 2012. De WIA-aanvraag van werkneemster is afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Vervolgens zijn er tegenstrijdige oordelen omtrent de arbeids(on)geschiktheid van werkneemster. Bij advies van 7 februari 2013 heeft de arbeidsdeskundige van het UWV geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheid blijft voortduren en dat er geen mogelijkheden zijn werkneemster binnen 26 weken te herplaatsen in een aangepaste dan wel een andere passende functie. Op 18 februari 2013 heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat werkneemster haar oorspronkelijk werk als parttime (32 uur per week) kassamedewerker zonder bezwaar van medische zijde in volle omvang kan verrichten. Bij advies van 24 april 2013 heeft de arbeidsdeskundige van het UWV geconcludeerd dat werkneemster de komende 26 weken zal ‘herstellen voor de bedongen arbeid’ en dat ‘herplaatsing in de bestaande functie van kassamedewerker mogelijk is’. Bij beslissing van 4 juni 2013 heeft het UWV een aanvraag voor een ontslagvergunning afgewezen vanwege het oordeel van de bedrijfsarts dat lijnrecht tegenover de arbeidsdeskundige rapportage staat. Bij rapportage van 12 juli 2013 heeft een arbeidskundige van een extern bureau geoordeeld dat werkneemster niet in staat is haar eigen werk te hervatten. In een telefonisch onderhoud van 15 augustus 2013 heeft de arbeidsdeskundige van het UWV Dirk geadviseerd werkneemster haar werkzaamheden gedeeltelijk te laten hervatten. Dit advies heeft Dirk gevolgd en met ingang van 20 augustus 2013 heeft werkneemster haar werkzaamheden als caissière bij Dirk hervat. Werkneemster vordert betaling van achterstallig loon over de periode 24 september 2012 tot 20 augustus 2013. Zij stelt dat zij in die periode ten onrechte niet is toegelaten tot het werk.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In geschil is het antwoord op de vraag voor wiens risico het komt dat de diverse deskundigen met betrekking tot de arbeids(on)geschiktheid van werkneemster voor eigen dan wel passende werkzaamheden bij Dirk, van het ene op het andere moment van standpunt veranderen alsook onderling tegenstrijdige adviezen geven. De werkgever dient zich bij het vervullen van zijn re-integratieverplichtingen te laten bijstaan door een bevoegde bedrijfsarts of gecertificeerde arbodienst, maar blijft eindverantwoordelijk voor die re-integratie. In beginsel mag de werkgever daarbij afgaan op het deskundig en medisch oordeel van de bedrijfsarts/arbodienst, alleen al omdat hij zelf de deskundigheid mist om dat medisch oordeel te verifiëren. Anders is dit slechts als de werkgever concrete aanwijzingen heeft om te twijfelen aan dat medisch oordeel. Vaststaat dat voorafgaand aan het advies van de bedrijfsarts d.d. 18 februari 2013 geen van de deskundigen geoordeeld heeft dat werkneemster in staat was haar eigen dan wel passende werkzaamheden bij Dirk te verrichten. Gelet op het ontbreken van enige contra-indicatie, heeft Dirk mogen vertrouwen op deze tot dan toe eenduidige deskundigenoordelen. Dirk heeft, toen de onderling tegenstrijdige adviezen en medische oordelen twijfel opwierpen over het antwoord op de vraag of werkneemster nu wel of niet kon hervatten, zorgvuldig gehandeld door nog weer nader onderzoek te laten verrichten. Toen dat onderzoek leidde tot het oordeel dat werkneemster toch niet in staat was de eigen functie te vervullen, maar werkneemster zelf aangaf zich daartoe wel in staat te achten, heeft Dirk zich niet verscholen achter dat laatste advies maar zich tot het UWV gewend met de vraag wat Dirk nu te doen stond. Het haar toen gegeven advies heeft zij gevolgd. Dirk is haar eindverantwoordelijkheid voor de re-integratie van werkneemster correct nagekomen. Volgt afwijzing van de vordering.