Naar boven ↑

Rechtspraak

Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 februari 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:884

Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A./werknemer

Werkgever stelt zich vanaf start re-integratie opmerkelijk hard op jegens arbeidsongeschikte werknemer en overschrijdt mogelijk grenzen goed werkgeverschap door van werknemer toestemming te verlangen om het ziekenhuis en de huisarts te mogen bellen. Hoewel wijzigen ziekenhuisformulier door werknemer verwijtbaar is, is er geen grond voor ontbinding arbeidsovereenkomst.

Werknemer is sedert 10 september 2000 in dienst van FloraHolland en is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker verdelen bloemen. In de loop van het dienstverband heeft FloraHolland werknemer regelmatig waarschuwingen gegeven betreffende zijn functioneren. Werknemer is van 23 december 2013 tot 29 september 2014 arbeidsongeschikt geweest. Op 20 september 2014 is de re-integratie gestart volgens een door de bedrijfsarts geadviseerd opbouwschema. FloraHolland verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. Volgens FloraHolland heeft werknemer naar aanleiding van een verlofverzoek op 27 oktober 2014 diverse malen gelogen, terwijl hij zich bovendien schuldig heeft gemaakt aan vervalsing van een formulier van het ziekenhuis. Dit incident vormt voor FloraHolland de druppel die de emmer doet overlopen, waarbij zij verwijst naar het grote aantal waarschuwingen dat werknemer in het verleden al heeft ontvangen en waarvan zij diverse stukken in het geding heeft gebracht.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Volgens FloraHolland is het uitgesloten dat een arts (huisarts of specialist) een patiënt een formulier voor bloedafname geeft, zonder dat dat formulier is voorzien van een sticker met personalia van de patiënt in kwestie. Ter zitting heeft werknemer erkend dat hij een op het betreffende formulier aanwezige sticker met daarop een datum (geen naam) heeft verwijderd, omdat het een andere datum betrof. Werknemer realiseert zich thans dat dat niet handig was, maar voert aan dat hij indertijd bang was dat zijn leidinggevende niet zou geloven dat het formulier voor hem bedoeld was. Dat deze vrees gegrond was, blijkt uit de reactie van FloraHolland. Los van de vraag of het inderdaad uitgesloten is dat artsen dergelijke formulieren verstrekken zonder dat de personalia al zijn ingevuld (het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat dit wel gebeurt), wordt geoordeeld dat het verwijderen van de sticker op zichzelf niet reeds aangemerkt kan worden als fraude. Het wijzigen van het formulier vormt in de gegeven omstandigheden een verwijtbare gedraging van werknemer. Het is echter niet onbegrijpelijk dat werknemer zich door de opstelling van FloraHolland zodanig onder druk gezet voelde om ‘te bewijzen’ dat hij op 27 oktober 2014 inderdaad in het ziekenhuis was geweest voor bloedafname, dat hij niet direct durfde te bekennen dat hij die dag uiteindelijk geen bloed had laten prikken omdat het hem te lang duurde. Afgaande op de diverse gespreksverslagen uit de betreffende periode, maar ook de opstelling van FloraHolland in onderhavige procedure, heeft FloraHolland zich vanaf het moment dat werknemer op 29 september 2014 ging re-integreren opmerkelijk hard opgesteld jegens werknemer (onder meer toen werknemer te laat kwam door een collega, terwijl werknemer FloraHolland hierover had gebeld). Er is onvoldoende grond om tot ontbinding over te gaan. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat FloraHolland in het gesprek van 31 oktober 2014 de grenzen van het goed werkgeverschap heeft opgezocht en mogelijk zelfs overschreven door op dat moment van werknemer toestemming te verlangen om het ziekenhuis en de huisarts te mogen bellen. FloraHolland zou zich als professioneel werkgever dienen te realiseren dat dit mogelijk te veel druk legt op de betreffende medewerker om met zo’n verzoek in te stemmen, zonder dat deze zich voldoende bewust is van zijn (privacy)rechten.