Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Nedtrain BV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 20 april 2010
ECLI:NL:GHARN:2010:1080

werkneemster/Nedtrain BV

Werkgever hoeft geen structurele thuiswerkplek te realiseren in het kader van re-integratie zieke werknemer in eigen werk. Dit doorkruist de ondernemingsvrijheid te zeer.

Werkneemster is op 1 december 1975 in dienst getreden van Nedtrain BV. Op 1 juli 2002 werd zij dienstindeler met standplaats Zutphen. De dienstindeler bij Nedtrain is met name verantwoordelijk voor roosters en ziektemeldingen, bemiddelt bij het wisselen van diensten en informeert het management. Werkneemster is in dienst voor onbepaalde tijd voor 36 uur per week (4 dagen van 9 uur). Zij lijdt sinds 1980 aan chronische wondroos en sinds 1987 is zij diabetespatiënt. Voorts heeft zij last van fors overgewicht. Tussen 2006 en 2009 is werkneemster herhaaldelijk uitgevallen en bleek vooral de reisafstand van huis naar werk een obstakel. Nedtrain heeft de re-integratie in het eigen werk beëindigd en is met re-integratie in het tweede spoor gestart. Werkneemster vordert in deze procedure tewerkstelling in haar oude functie. In plaats van de locatie te Zwolle, wenst zij dit werk vanaf een andere locatie, namelijk Enschede en/of Hengelo, dan wel vanuit haar eigen woning te doen.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof neemt evenals de kantonrechter voorshands aan dat de eigen arbeid van werkneemster dienstindeler op locatie Zwolle (voorheen Zutphen) is. Anders dan werkneemster meent maakt die standplaats deel uit van de eigen arbeid die zij in het kader van de arbeidsovereenkomst in beginsel dient te verrichten. Dat Nedtrain om bedrijfsorganisatorische en -economische redenen heeft besloten het regionale bedrijfsbureau te concentreren in Zwolle en het beleid is gaan voeren dat dienstindelers in de (voor werkneemster nieuwe) standplaats werkzaam dienen te zijn, kan het hof voorshands niet onredelijk oordelen. Dat Nedtrain vroeger andere keuzes heeft gemaakt en werkneemster ongelukkig is met de thans gemaakte keuzes, maakt nog niet dat Nedtrain daartoe in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten. Daarbij dient te worden bedacht dat Nedtrain met betrekking tot de bedrijfsvoering en de inrichting van haar onderneming een zekere mate van vrijheid toekomt. Werkneemster betoogt gemotiveerd dat ook andere keuzes mogelijk zijn, maar daaruit volgt niet dat Nedtrain haar ondernemersvrijheid onredelijk heeft gebruikt of niet tot die keuzes had mogen komen. Verder heeft werkneemster ter zitting nog aangegeven dat er uitzonderingen op het beleid bestaan, maar dit is voor het hof voorshands niet voldoende komen vast te staan, nu Nedtrain het betoog van werkneemster gemotiveerd heeft weersproken. Tussen partijen is niet in geschil dat werkneemster niet kan reizen naar locatie Zwolle (voorheen Zutphen) en dat het er voorlopig niet naar uitziet dat daar verandering in zal komen. Ter zitting van 29 januari 2010 heeft werkneemster aangegeven dat haar gezondheid op korte termijn niet zodanig zal verbeteren dat zij in staat zal zijn naar haar werkplek te reizen. Dit betekent dat werkneemster wegens ziekte ongeschikt is voor haar eigen arbeid. Voor zover de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige in hun rapportages die ten grondslag liggen aan het deskundigenoordeel van 5 juni 2009 aangeven dat van Nedtrain kan worden verlangd dat zij het eigen werk van werkneemster zodanig aanpast dat werkneemster dit structureel niet vanuit haar standplaats Zwolle hoeft te verrichten, staat voor het hof voorshands niet voldoende vast of van Nedtrain – in verband met de haar in beginsel toekomende ondernemersvrijheid – in redelijkheid kan worden gevergd een dergelijke (aangepaste) functie voor werkneemster duurzaam te creëren. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het creëren van zo’n functie in feite een structurele doorkruising zou zijn van de door Nedtrain gekozen bedrijfsvoering en inrichting van haar onderneming en het ten aanzien van dienstindelers gevoerde beleid. Ook neemt het hof in aanmerking dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid van werkneemster niet binnen de werksfeer is gelegen en dat op werkneemster de verplichting rust passende arbeid te verrichten. Al met al acht het hof de onderhavige vorderingen van werkneemster tot tewerkstelling niet toewijsbaar in deze kortgedingprocedure.